redbuttenlijnCVS2.gif (6732 bytes)

SteunPunt

 

Patricia bij de dokter.

Patricia: "dokter, ik vermoed dat ik het Chronisch Vermoeidheidssyndroom heb."

Dokter: "Ah ja, dat is die nieuwe ziekte die ze hebben als ze te lui zijn om te gaan werken!"

 

Deze anekdote is geen verzinsel, maar een schrijnend voorbeeld van het onbegrip waarmee veel CVS-patiënten geconfronteerd worden.   Deze mensen verdienen respect en begrip voor hun situatie.  Deze tekst is er om u in te lichten over het syndroom in de hoop dat u nooit zo zal reageren.

Definitie

 

CVS is een syndroom, geen ziekte. Een syndroom is een klinisch beeld waarvan de oorzaak onduidelijk is. Zolang men het effectieve mechanisme of de verwekker van de ziekte niet kent, noemt men het een syndroom.

Het Chronisch Vermoeidheidssyndroom of CVS is een ernstige invaliderende ziekte van lichamelijke oorsprong die iedereen kan treffen. Risicogroepen zijn mensen met een zeer actief beroeps-en privéleven en vrouwen.  De ziekte uit zich in de eerste plaats in een allesoverheersende geestelijke en lichamelijke uitputting, maar er zijn nog meerdere symptomen. De ernst van de symptomen kunnen schommelen van dag tot dag en zelfs van uur tot uur. Ook zijn er verschillende gradaties van CVS.  Voor doodgewone prestaties moeten CVS-patiënten op voorhand energie opsparen. Na een inspanning kan het zijn dat de spieren drie tot vijf dagen nodig hebben om te herstellen. Men spreekt pas van CVS als men meer dan zes maanden continu of intermittent ernstig vermoeid is. Met intermittent bedoelen we dat de patiënt een week moe is en dan een paar dagen niet meer. 

In België, Nederland en Engeland wordt vooral de term ME of Myalgische Encephalomyelitis gebruikt. In de Verenigde Staten heet de ziekte Chronic Fatigue and Immune Dysfunction Syndrome ( C.F.I.D.S ) of korter C.F.S, vertaald C.V.S.

Symptomen

 

1.      Hoofdpijn, spierpijn en gewrichtspijn.

2.      Tast het geheugen aan.

3.      Concentratie- en evenwichtsstoornissen.

4.      Emotionele labiliteit zoals woedeaanvallen, slecht humeur, prikkelbaarheid en depressie.

5.      Slecht zien.

6.      Slapeloosheid, nachtmerries hebben en overdadig moe zijn ( te moe zijn om te slapen ).

7.      Geen kracht.

8.      Slechte functie van het immuunsysteem zoals veelvuldige infecties ( vaginaal, keel- en luchtwegen, ogen, sinusholte,… ), allergieën ( vooral voor bepaalde voedingsstoffen ) en overgevoeligheid voor licht, geluid en kleuren.

9.      Moeite met schrijven en praten.

10.   . Overgevoeligheid voor koude of weersveranderingen.

11.   . Sterk wisselende lichaamstemperatuur.

12.   . Darmstoornissen en vaak naar het toilet moeten gaan.

Oorzaken

De werkelijke oorzaak is niet gekend, maar onderzoekers vermoeden dat het syndroom genetisch overdraagbaar is vermits CVS soms meerdere personen in eenzelfde gezin treft. Vaak ontstaat de ziekte na een virusinfectie zoals de griep of de ziekte van Pfeiffer.  Verder stelden de onderzoekers vast dat CVS niet overgebracht wordt via fysiek contact.

Onderzoek

 

1.       Bij 40 procent van de patiënten kan men voortaan objectief het CVS vaststellen. De onderzoekers ontdekten een eiwitafwijking, meer specifiek het enzym  "R Nase-L". Dit enzym maakt deel uit van het natuurlijk verdedigingssysteem tegen virussen en is in deze afwijkende vorm overactief. Het R Nase-L enzym valt niet alleen binnengedrongen virussen aan, maar ook de gezonde cellen van de patiënt met als gevolg dat de werking van het lichaam verstoort wordt. De onderzoekers doopten de aandoening waaraan deze subgroep CVS-patiënten lijdt "R Nase-L Dysfunction Disease " of REDD.

2.       Men heeft  belangrijke vorderingen gemaakt op basis van essentiële vetzuren. Onderzoekers constateerden dat de hoeveelheid vetzuren in het bloed van M.E.-lijders aanzienlijk lager is dan bij andere mensen. Indien men vetzuren aan het bloed toevoegde dan merkten de onderzoekers een aanzienlijke vooruitgang op bij hun patiënten. De twee bekendste vormen van essentiële vetzuren zijn linolzuur en linoleenzuur. Uit deze vetzuren worden stoffen aangemaakt die vitaal zijn voor het afweersysteem. Welnu, door een defect in de cellen wordt deze omzetting bij M.E.-lijders bemoeilijkt. Wetenschappers zoeken nog steeds naar de oorzaak van het defect in de cellen. Op basis van deze bevindingen ontwierpen de onderzoekers een pil. Deze pil bevat een combinatie van de oliën teunisbloemolie en visolie. Dankzij de pil wordt de moeizame omzetting van linolzuur en linoleenzuur naar stoffen die vitaal zijn voor het afweersysteem omzeilt. Daardoor wordt het natuurlijk afweersysteem ten dele of geheel hersteld. Bij 85 procent van de patiënten geeft het product vermindering van vermoeidheid en spierpijn, het bevordert het concentratievermogen en vermindert duizeligheid. Essentiële vetzuren zijn een natuurlijk product en dus onschadelijk. Eventuele overschotten worden door het lichaam gebruikt als energie of gewoon onder de vorm van vet opgestapeld. Indien de patiënt na drie maanden geen verbetering merkt, kan hij beter zijn arts weer raadplegen. Het opvallende aan het product is dat patiënten plotseling beter worden. Jammer genoeg is gebruik van het geneesmiddel geen garantie om voorgoed van M.E. genezen te zijn.

3.       Tot heden is er nog geen remedie gevonden tegen het Chronisch Vermoeidheidssyndroom. Een ampligenkuur kan de ziekte stabiliseren en zo een verdere terugval voorkomen. De kuur is echter vrij duur en het aantal patiënten dat ermee behandeld kan worden is beperkt. Bij het CVS is er een fout in het RNA ( ribonucleïnezuur, een molecule die een deel van onze erfelijke informatie bevat ). Dit RNA is een eiwit dat zich vervormt en hoe meer afwijkende vormen van dat eiwit de patiënt heeft, des te groter de kans dat de kuur werkt. Sommige patiënten kunnen het experimentele medicijn ook niet krijgen wegens leverproblemen en zo zijn er nog enkele andere factoren waaraan men moet voldoen om met Ampligen behandeld te worden.  Een ander medicijn is de pil op basis van teunisbloemolie en visolie. De werking en verklaring staat beschreven bij punt 2.   Andere therapieën bestaan vooral uit het bestrijden van de symptomen.

4.       Deze lijst van bevindingen is niet compleet. Bedoeling is vooral de lezer een beeld te schetsen over het onderzoek.

Gevolgen

Naargelang de gradatie vernietigt de ziekte het leven van de betrokken persoon en zijn dierbaren. De getroffen persoon kan geheel of gedeeltelijk geen activiteiten ontplooien zoals het huishouden beredderen, voor de kinderen zorgen of arbeiden. Buiten het verlies aan inkomen verpest de ziekte de familiale sfeer want iedereen lijdt daaronder. De reacties en de vooroordelen van buitenstaanders zijn een andere bron van irritatie en droefheid. Patricia vertelde ons dat ze op bezoek ging bij een huisarts. Dit verhaal dateert uit de tijd dat ze juist de symptomen van de ziekte vertoonde. Ze zei tegen de huisarts dat ze dacht het CVS opgelopen te hebben. De huisarts antwoordde: "ah ja, die nieuwe ziekte CVS die mensen hebben als ze te lui zijn om te gaan werken". De ziekte is ook niet erkend en daardoor krijgt de CVS-patiënt geen vergoeding van de sociale zekerheid. In het algemeen leven CVS-patiënten van een invaliditeitsuitkering van 19.000 BEF. Een enorm laag bedrag zeker als we weten dat sommige patiënten niet gewoon kunnen eten.  Omdat het spijsverteringsstelsel niet meer naar behoren werkt drinken sommige CVS-patiënten  fortimel.  Fortimel is  melk uit een kartonnetje dat al de nodige voedingsstoffen bevat. Elk melkje kost zo’n 58 BEF en we mogen ervan uitgaan dat zo'n patiënt toch 4 maal daags zo'n melkje consumeert.

Veel CVS-patiënten gaan gebukt onder financiële problemen.   Aangezien CVS niet erkend is als ziekte worden deze patiënten financieel ook niet vergoed.  Echter, de laatste tijd probeert de overheid toch om deze mensen te helpen ( of dat wordt hen toch tenminste beloofd ).  Tijdens een bijeenkomst van ME-patiënten in Oostende beloofden de ministers Frank Vandenbroucke, Johan Vande Lanotte en Magda Aelvoet om een aantal maatregelen te nemen.

1.       Het openen van gespecialiseerde centra waar patiënten en huisartsen terecht kunnen.

2.       Controleartsen van de ziekteverzekering, die klachten van CVS-lijders soms wegwuiven, krijgen extra informatie.

3.       Patiënten die een beetje werken zullen dat kunnen zonder hun uitkering te verliezen.

4.       Gezinnen waar het budget aangevreten wordt door de langdurige ziekte moeten financiële steun krijgen.

Tips

 

Medicatie

Chemische medicijnen worden meestal door CVS-patiënten niet goed verdragen. Patiënten worden aangeraden om samen met hun arts te zoeken naar middelen die het meest geschikt zijn. Meestal is een kleine dosis van een bepaald middel voldoende om een symptoom te milderen.

Spijsvertering

Veel patiënten hebben problemen met hun spijsvertering. Het is beter om het systeem daarom zo weinig mogelijk te belasten. Gebruik voedsel dat zo vers en zuiver mogelijk is.

Hypoglycaemie

Dit is een te laag of te snel wisselend bloedsuikerniveau bij de CVS-patiënt en verergert zo de symptomen. Een suikerloos dieet is altijd aan te raden.

Vitaminen en mineralen

Doordat het spijsverteringsstelsel problematisch werkt kan het opnemen van voedingsstoffen een probleem vormen. In sommige gevallen is het nodig om vitaminen en gistvrije mineraalsupplementen in te nemen. Patiënten worden aangeraden enkel te handelen onder controle van hun arts.

Candida Albicans

Een bij iedereen in de darmen levend gist dat normaal binnen de perken wordt gehouden door het immuunsysteem en een aantal nuttige bacteriesoorten. Aangezien bij veel ME-patiënten het verdedigingssysteem niet meer optimaal werkt kan het gist zich ongeremd vermenigvuldigen.

Alternatieve behandeling

Omdat er nog geen efficiënt geneesmiddel op de markt is nemen veel patiënten hun toevlucht tot alternatieve therapieën welke voor sommigen een hulp kan zijn. In het kwartaalblad "ME Vereniging VZW" worden de bestaande behandelingen besproken.

VZW

Vroeger waren er twee VZW's in België die zich bekommerden om de CVS-patiënten.   Door omstandigheden sloot de VZW in Limburg de deuren en nu blijft er nog een over.  

Aimé vereniging

Dorp 73

3221 Nieuwenrode

016/57.09.83

 

Doelstellingen van de Aimé vereniging

Meer bekendheid geven aan het bestaan van M.E.

Het geven van voorlichting en verspreiden van informatie over M.E aan artsen en patiënten.

Het ijveren voor een officiële erkenning en aanvaarding van de ziekte door de mutualiteiten en uitkeringsinstanties.

Het aanmoedigen, opvolgen en ondersteunen van wetenschappelijk onderzoek naar een geschikte diagnose en een effectieve behandelingsmethode.

Het coördineren van regionale praatgroepen waardoor lotgenoten elkaar kunnen ontmoeten.

 

Indien u uw kennis over CVS wil uitbreiden kan ik u het boek van Luk Saffloer aanbevelen.  Het boek heet "Te moe om te sterven.  Overleven met chronische vermoeidheid." en is  uitgegeven door Davidsfonds.  De Aimé vereniging geeft ook een blad, genaamd "ME Vereniging VZW", uit waar de meest recente onderzoeksresultaten in gepubliceerd worden, tips verstrekt worden enzovoort.

http://www.khm.be/praatcafe/_private/pagrechts/SteunPunt.htm

 

Een Candida albicanswoekering levert een scala aan klachten op, een aantal van de 79 bekende allergenen die de schimmel produceert zijn ook nog eens verantwoordelijk voor veel van de voedselintoleranties. Koemelk, gluten en suikers zijn de meest voorkomende allergiën/intoleranties en kunnen zorgen voor veel narigheid, zoals vermoeidheid, hoofdpijn, buikpijn, winderigheid. Het zich onthouden van de boosdoeners is gewoonlijk voldoende om de klachten te beeindigen. Veel voorkomend zijn ook allergische reacties op cosmetica.

Voor de bestrijding van welke soort van (Candida albicans) infectie dan ook geldt: hoe consequenter je bent en hoe meer je bereid bent er voor te doen, hoe meer resultaat je mag verwachten. Er is geen mens hetzelfde, daarom kan de behandeling van persoon tot persoon variëren. Hoofdpunten van de behandeling zijn :

 

  • de Pulser, bestrijding Candida en aanhangende ziekteverwekkers
  • colloïdaal zilver innemen ter ondersteuning natuurlijke afweer
  • behandeling van de uitwendige infecties met etherische oliën
  • alle soorten suikers beperken (tenminste tijdens de kuur)
  • 1½ liter water per dag drinken
  • candidawerende supplementen innemen (caprylzuur van Solgar)
  • eventueel testen op voedselintorelanties en/of allergiën
  • eventueel testen op HPU (hemopyrrollactamurie)
  • gifstoffen uit het lichaam verwijderen

Colloïdaal zilver, de Pulser, het behandelen van eventuele uitwendige infecties en het drastisch beperken van de inname van suikers is de aangewezen therapie bij een Candida albicans woekering.

 

 

dagelijkse behandeling

 

  • 4 weken lang 3x7 min. pulsen (met 2x20 min. pauze)
  • 3 maanden lang 3x per dag 1 kleine eetlepel (6 ml.) colloïdaal zilver
  • eventueel voedselsupplement innemen
  • dagelijks uitwendige infecties behandelen
  • dagelijks 1½ liter water drinken
  • caprylzuur innemen (verkrijgbaar bij apotheek of drogist)

de kosten en benodigde producten vindt u »»»» hier

heeft u vragen over deze behandeling stel ze aan Elke Vlasveld via email elke@tref.nl

 

 

 

 

 

albicans, een Candida schimmel veroorzaakt candidiasis. Candida albicans bestrijden met colloïdaal zilver. Symptomen van Candida infectie allergiën, chronische vermoeidheid of CVS, hypoglykemie en voedselintolerantie. Candida speelt ook een rol bij ME, HPU, hyperpyrolactamurie.

Ruth

Huidverzorging en etherische oliën

albicans, een Candida schimmel veroorzaakt candidiasis. Candida albicans bestrijden met collo?daal zilver. Symptomen van Candida infectie allergi?n, chronische vermoeidheid of CVS, hypoglykemie en voedselintolerantie. Candida speelt ook een rol bij ME, HPU, hyperpyrolactamurie.

 

 

Candida albicans

 

 

..

vaginale infectie

 

oor schimmel

 

infectie in mond

 

chronische bijholte ontsteking

 

candida symptomen

 

stel zelf candida-infectie vast

 

 

..

De volgende bijdrage is van Elke Vlasveld. Elke heeft 23 jaar lang ME gehad waarvan 6 jaar in zeer ernstige vorm. Omdat de reguliere geneeskunde haar niet kon helpen is zij zelf op zoek gegaan en vond methoden om ME het hoofd te bieden. Zij is nu voor 95% genezen en wil haar kennis graag doorgeven. Bij haar speurtocht naar genezing vond zij ook de Pulser, een apparaatje wat d.m.v. zwakke stroomstootjes in staat is vele parasieten, o.a. de beruchte Candida albicans en andere ziekteverwekkers te doden. Deze ontdekking heeft heel veel bijgedragen aan de genezing van Elke. Hier volgt haar verhaal over de Pulser:

Candida albicans is een gistje dat van nature voorkomt in het menselijk lichaam, maar onder bepaalde omstandigheden kan gaan woekeren. Dit levert dan een scala aan problemen op. De eigenlijke bedoeling van Candida albicans is, om het lichaam biologisch afbreekbaar te maken: wanneer een mens het tijdelijke voor het eeuwige verwisselt, worden de eiwitten in het lichaam afgebroken tot o.a. suikers. Dit stijgende gehalte aan suikers is voor Candida albicans het signaal: Persoon Overleden, Opruimen! Problemen ontstaan er pas, als het gehalte aan suikers door stofwisselingsproblemen of voeding verhoogd wordt, en de Candida albicans je gaat "opruimen" terwijl je nog leeft!

Zo kan het gebeuren dat er uitwendige, plaatselijke infecties onstaan, bijv. in de mond, oren of vagina. Ernstiger wordt het, als de Candida albicans in het spijsverteringssysteem of bloed gaat woekeren. In dit stadium spreekt men van Candidiasis zeer berucht en helaas door vele huisartsen en internisten niet of niet tijdig ontdekt. Deze ernstige vorm van Candida albicans woekering komt veel voor bij ME/CVS (Chronisch vermoeidheids syndroom). De meest bekende en opvallende symptomen van Candidiasis zijn.

 

  • vermoeidheid/uitputting
  • concentratiestoornissen.
  • diarree of juist verstopping
  • hoofdpijn
  • winderigheid
  • beslagen tong, prikkelend gevoel bij proeven van zuren info
  • snel geïrriteerd zijn
  • slecht slapen, slaapritmestoornissen
  • overgevoelig voor parfum/sigarettenrook
  • buikpijn, "spastische darm"
  • verstoorde suikerstofwisseling (hypoglykemie, veel trek in zoet)
  • gelig-groenige afscheiding uit de vagina, soms branderig gevoel info
  • jeuk
  • jeuk in de oren, schilfering, overmatige afscheiding van oorsmeer info
  • chronische bijholte ontstekingen info

Wilt u weten of u een Candida albicans woekering heeft ?

Vul dan de Candida vragenlijst in ! Met deze methode kunt u zelf met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vast stellen of u een candida infectie heeft.

 

»

behandeling

 

 

Een Candida albicanswoekering levert een scala aan klachten op, een aantal van de 79 bekende allergenen die de schimmel produceert zijn ook nog eens verantwoordelijk voor veel van de voedselintoleranties. Koemelk, gluten en suikers zijn de meest voorkomende allergiën/intoleranties en kunnen zorgen voor veel narigheid, zoals vermoeidheid, hoofdpijn, buikpijn, winderigheid. Het zich onthouden van de boosdoeners is gewoonlijk voldoende om de klachten te beeindigen. Veel voorkomend zijn ook allergische reacties op cosmetica.

Voor de bestrijding van welke soort van (Candida albicans) infectie dan ook geldt: hoe consequenter je bent en hoe meer je bereid bent er voor te doen, hoe meer resultaat je mag verwachten. Er is geen mens hetzelfde, daarom kan de behandeling van persoon tot persoon variëren. Hoofdpunten van de behandeling zijn :

 

  • de Pulser, bestrijding Candida en aanhangende ziekteverwekkers
  • colloïdaal zilver innemen ter ondersteuning natuurlijke afweer
  • behandeling van de uitwendige infecties met etherische oliën
  • alle soorten suikers beperken (tenminste tijdens de kuur)
  • 1½ liter water per dag drinken
  • candidawerende supplementen innemen (caprylzuur van Solgar)
  • eventueel testen op voedselintorelanties en/of allergiën
  • eventueel testen op HPU (hemopyrrollactamurie)
  • gifstoffen uit het lichaam verwijderen

Colloïdaal zilver, de Pulser, het behandelen van eventuele uitwendige infecties en het drastisch beperken van de inname van suikers is de aangewezen therapie bij een Candida albicans woekering.

 

 

dagelijkse behandeling

 

  • 4 weken lang 3x7 min. pulsen (met 2x20 min. pauze)
  • 3 maanden lang 3x per dag 1 kleine eetlepel (6 ml.) colloïdaal zilver
  • eventueel voedselsupplement innemen
  • dagelijks uitwendige infecties behandelen
  • dagelijks 1½ liter water drinken
  • caprylzuur innemen (verkrijgbaar bij apotheek of drogist)

de kosten en benodigde producten vindt u »»»» hier

heeft u vragen over deze behandeling stel ze aan Elke Vlasveld via email elke@tref.nl

 

 

 

 

 

 

Suikers

 

 

Suikers komen van nature voor in verschillende voedingsmiddelen. Door het raffineren van grondstoffen krijgen we allerlei voedingsmiddelen die zoveel suikers/koolhydraten kunnen bevatten, dat het spijsverteringskanaal er de kluts van kwijtraakt en er problemen ontstaan, bijv. hypoglykemie en Candidawoekeringen. Onder suikers worden verstaan: kristalsuiker (bietsuiker), rietsuiker, fructose, honing, glucose, tarwestroop, bietsuikerstroop, rietsuikerstroop, melasse(stroop), ahornstroop, maisstroop, rijst(mout)stroop, dextrose, saccharose, maltose, lactose, ook alle zoetstoffen dextrine, saccharine, aspartaam etc. worden door het lichaam als suiker gezien. Bij twijfel of iets al dan niet een suiker is, geldt ... Niet gebruiken !

Geraffineerde produkten, bijv. wit tarwemeel, fijn maismeel, fijn rijstemeel, witbrood, witte pasta etc. worden door het lichaam razendsnel omgezet in suikers.

Na het eten van bovenstaande voedingsmiddelen volgt een snelle stijging van de bloedsuikers: je voelt je prettig. Onmiddelijk daarna produceert de alvleesklier een flinke dosis insuline, om het bloedsuikerpeil met hetzelfde noodtempo weer te laten dalen: je voelt je lang zo lekker niet meer en als een echte "junk" krijg je trek in MEER !
De eerste 1 á 2 weken dat je deze voedingsmiddelen niet meer gebruikt, kun je "ontwenningsverschijnselen" krijgen: slap, slaperig, futloos, snel geïrriteerd, gigantische trek in zoet (ik had steeds visioenen van spekkies en mokkapunten, die ik alletwee verfoei).
Daarna gaat je lichaam mokkend en sputterend energie betrekken uit volwaardige voedingsmiddelen: daar krijgen je weliswaar niet zoveel energie tegelijk van, maar er wordt ook minder insuline afgescheiden, waardoor een regelmatig beeld ontstaat: minder trek in tussendoortjes, meer energie, minder "dips".
Ook gewichtsverlies kan op deze manier gemakkelijker worden bewerkstelligd.

 

»

Pulser

 

 

De Pulser is een apparaatje, werkend op een 9-volt batterijtje, dat zeer zwakke stroompulsen door het lichaam stuurt. De frequentie van deze stroomstootjes is zo gekozen dat bij dagelijks gebruik de meeste in het lichaam aanwezige ziekteverwekkers (virussen, bacteriën, gisten, schimmels en vele één- en meercellige parasieten) worden vernietigd, zonder de voor het lichaam belangrijke micro-organismen aan te tasten.
De werking waarop de Pulser is gebaseerd, werd ondekt door dr. Hulda Clark, een Amerikaanse microbiologe. Zij deed lange tijd onderzoek naar het effect van elektrische stroom op parasieten. De éne keer werkte het wel, de andere keer vreemd genoeg niet.
Pas toen haar zoon om haar te plagen een draagbaar apparaat voor haar bouwde, "zodat moeders dag en nacht, ook op vakantie onderzoek kon doen", werkte het perfect. Het bleek de gelijkstroom uit de batterij te zijn die de parasieten doodde. De stroomstootjes uit de Pulser bereiken geen holle ruimten, zoals bijv. de darm. Door deze unieke werking blijven de voor het menselijk lichaam noodzakelijke micro-organismen gespaard.
Bij Candida albicans moet de Pulser gedurende 4 weken dagelijks gebruikt worden. Tegelijkertijd wordt er grondig afgerekend met allerlei andere "ongewenste bezoekers".
Schakel de Pulser in en houd de metalen handgrepen van het apparaat 7 min. lang vast. 20 minuten pauseren en weer 7 min. "pulsen" . Nochmaals 20 min. pauseren en nog een keer 7 min. "pulsen"
Maak deze serie altijd af. Na de eerste 7 min. komen namelijk de parasieten die de Candida schimmel bij zich draagt vrij ! Het is zelfs mogelijk dat ook dié weer parasieten hebben, zodat een derde keer "pulsen" noodzakelijk is. Doe je dit niet, dan kan er bijvoorbeeld uit een blaasontstekingbacterie een verkoudheidsvirus loskomen. Ik voorspel je dan een pittige verkoudheid, zakdoeken paraat houden !!

Na het eerste gebruik van de Pulser kun je je behoorlijk beroerd voelen, dit komt door de enorme hoeveelheid afvalstoffen (miljoenen dode parasieten) die het lichaam plotseling af moet voeren.

..

De Pulser kan een ontelbaar aantal soorten schimmels, virussen en bacteriën onschadelijk maken, een paar voorbeelden waar de Pulser zeer effectief is: griep, verkoudheid, sinusitis,voedselvergiftiging, wraak van Montezuma, candida, pfeiffer, weil, lyme, spierscheuringen en bandscheuringen, breuken, spoelwormen, haakwormen, zweepwormen, lintwormen, bot (eurytrema), Enterovirae
Ondersteunend bij de behandeling van endometriose, Chlamydia, maden, Ozeana, darminfecties

 

»

Colloïdaal zilver

 

 

Colloïdaal zilver is een natuurlijk antibioticum zonder de nare bijverschijnselen van de moderne antibiotica, die meestal de darmflora een zware slag toebrengen. Het colloïdaal zilver werd ontdekt in de twintiger jaren van de vorige eeuw. Puur zilver werd honderden malen gemalen in enorme molens tot het zo fijn was, dat het als ionen in water opgelost kon worden. Door deze omslachtige productiemethode was colloïdaal zilver erg duur zo`n $10.000 per liter en raakte in het vergeetboek door de ontdekking van Ian Fleming, de penicilline. Dit leek een echt wondermiddel tegen bacteriële infecties en bovendien goedkoop te produceren. Dat penicilline geen alleenzaligmakend middel is, weten we nu. Vele bacteriën zijn resistent geworden voor de gangbare antiobitica en er wordt naarstig naar alternatieven gezocht.
De Amerikaanse arts Paul Farber herontdekte het colloïdaal zilver en bedacht een eenvoudige manier om het te maken: de elektrolyse. Bovendien bleek uit zijn onderzoek, dat colloïdaal zilver niet alleen werkzaam is tegen bacteriën, maar ook tegen virussen, gisten, schimmels en amoeben.
Ook de Candida albicans moet het er tegen afleggen wanneer het samen met de Pulser wordt gebruikt. Vooral het opschonen van het spijsverteringskanaal is de taak van het colloïdaal zilver in deze behandeling.

 

»

H.P.U.

 

 

H.P.U. (hemopyrrollactamurie) is een zeer recent ontdekte ziekte. Dr. J. Kamsteeg van het KEAC te Weert ontdekte, dat bij ongeveer 15% van de mensen, grotendeels vrouwen, vanaf de geboorte vitamine B6, zink en mangaan wordt uitgescheiden via de nieren. Bij dit proces worden een aantal zeer belangrijke levereiwitten afgebroken. De verschijnselen op lange termijn lijken zoveel op ME, dat er aan een verband gedacht moet worden. Zeer vele ME-patiënten testen dan ook positief. H.P.U. kan behandeld worden met een speciale cocktail van B6, zink en mangaan, die eenvoudigweg niet uitgeplast kan worden. Wilt u meer informatie mail dan met elke@tref.nl

 

»

Als u vragen heeft over de behandeling van deze schimmelinfecties met etherische oliën kunt u deze stellen via e-mail candidiasis@tref.nl

 

 

Met de volgende producten en kuren is een candida infectie effectief te bestrijden !

PULS10

Candida kuur 4 weken huur van de Pulser (fl. 60,00) / 1½ ltr. colloïdaal zilver (fl. 120,00) / 30 ml. Candida-olie. Voor de Pulser vragen wij fl. 150,00 borg. Het verschil tussen huur en borg fl. 90,00 wordt na terugzending van de Pulser op uw rekening teruggestort.

 

295,00

euro

133,86

 

PULS11

Candida kuur 4 weken huur van de Pulser (fl. 60,00) en 1½ ltr. colloïdaal zilver (fl. 120,00). Voor de Pulser vragen wij fl. 150,00 borg. Het verschil tussen huur en borg fl. 90,00 wordt na terugzending van de Pulser op uw rekening teruggestort.

 

270,00

euro

122,52

 

PULS00

Pulser voor beschrijving klik »» hier

 

175,00

euro

79,41

 

PULS01

Colloïdaal zilver voor beschrijving klik »» hier

500 ml.

50,00

euro

22,69

 

1 ltr..

85,00

euro

38,57

 

2100/CA

Candida olie compositie van etherische oliën ter bestrijding van urogenitale schimmelinfecties. Te gebruiken in zitbaden of spoelingen. Ook preventief toe te passen. Goede ondersteuning bij een inwendige Candida behandeling

10 ml.

13,95

euro

6,33

 

30 ml.

37,50

euro

17,02

 

50 ml.

57,50

euro

26,09

 

2100/VS

Schimmel olie compositie van schimmelwerende etherische oliën, ter bestrijding van oorschimmel e.a. huidschimmels. Goede ondersteuning bij een inwendige Candida behandeling.

10 ml.

12,95

euro

5,80

 

2131

Tea Tree Melaleuca alternifolia, het wondermiddel uit Australië. Tea Tree etherische olie met laag cineol-gehalte heeft een sterke anti-septische werking en onderdrukt jeuk en pijn. Met uitvoerige aanwijzingen, goede ondersteuning voor een inwendige Candida behandeling

 

 

 

prijzen grotere hoeveelheden op aanvraag

 

 

10 ml.

9,95

euro

4,52

 

2135

20 ml.

19,00

euro

8,62

 

2132

30 ml.

27,50

euro

12,48

 

2115

50 ml.

42,50

euro

19,29

 

2113 info

100 ml.

80,00

euro

36,30

 

2142

Tea Tree crème anti-septische crème op basis van Soja- en Tarwekiemolie met o.a. Bijenwas, Vitamine C, Cacaoboter, Kamille, Tea Tree, Lavendel, Geranium, Rozenhout en Petitgrain. Zeer werkzaam bij schimmelinfecties, ter ondersteuning bij een Candidabehandeling

50 ml.

18,95

euro

8,60

 

2130/A

Tea Tree gel plantaardige gel (xantaan) met Tea Tree, Lavendel, Kamille extract, o.a. te gebruiken bij acne, huidirritaties, huidbeschadigingen, jeuk, infecties, insectenbeten/steken, brandwonden en schimmelinfecties. ter ondersteuning bij een Candidabehandeling

100 ml.

14,95

euro

6,78

 

2140/A

200 ml.

24,95

euro

11,32

 

info

 

 

 

 

 

E1171 info

Eucalyptus polybractea etherische olie, effectief bij schimmelinfecties, ontstekingen, verkoudheid en spierpijn.

10 ml.

7,95

euro

3,61

 

bestellen

 

 

 

 

hier vindt u informatie over ....

couperose

dauwworm

eczeem

gordelroos

hoofdluis

jeugdpuistjes/acne

kalknagels

lichen

psoriasis

roos

rosacea

schimmelinfecties

wratten

zwemmerseczeem

Tea Tree

etherische oliën

 

terug home

bestellen

 

 

 

U vindt ons o.a. met . . .

Candiasis en candidosis of spruw veroorzaakt door Candida schimmels. Ringworm of trichofytie is ook schimmelinfectie evenals baardschurft. Kalknagels, zwemmerseczeem en voetschimmel of tinea pediszijn schimmelinfecties. Dermatofyten of schimmelsporen vindt u in http://www.ecrider.nl

Candiasis en candidosis of spruw veroorzaakt door Candida schimmels. Ringworm of trichofytie is ook schimmelinfectie evenals baardschurft. Kalknagels, zwemmerseczeem en voetschimmel of tinea pediszijn schimmelinfecties. Dermatofyten of schimmelsporen vindt u met http://www.vinden.nl

Candiasis en candidosis of spruw veroorzaakt door Candida schimmels. Ringworm of trichofytie is ook schimmelinfectie evenals baardschurft. Kalknagels, zwemmerseczeem en voetschimmel of tinea pediszijn schimmelinfecties. Dermatofyten of schimmelsporen vindt u met  http://www.altavista.com

Candiasis en candidosis of spruw veroorzaakt door Candida schimmels. Ringworm of trichofytie is ook schimmelinfectie evenals baardschurft. Kalknagels, zwemmerseczeem en voetschimmel of tinea pediszijn schimmelinfecties. Dermatofyten of schimmelsporen vindt u met  http://www.ilse.nl

Candiasis en candidosis of spruw veroorzaakt door Candida schimmels. Ringworm of trichofytie is ook schimmelinfectie evenals baardschurft. Kalknagels, zwemmerseczeem en voetschimmel of tinea pediszijn schimmelinfecties. Dermatofyten of schimmelsporen vindt u met  http://www.excite.nl

 

....

 

 

e-mail candidiasis@tref.nl

 

/probleem/candida1.htm - laatste wijziging woensdag 20 juni 2001

 

 

 

 

 

 http://leden.tref.nl/~ruthcos/probleem/candida1.htm

 

VoedselNet : Candida

 

CANDIDA EN PROBIOTICA

Een literatuurverslag over Candida spp. door Jannie van Beek

Het maagdarmkanaal.

Het maagdarmkanaal bestaat uit de mond, slokdarm, maag, dunne darm, dikke darm (colon) en de appendix. De dunne darm wordt opgebouwd uit de volgende onderdelen: duodenum, jejunum en ileum. De dikke darm bestaat uit het caecum, de eigenlijke darm en het rectum. Bij volwassenen is de totale lengte van de colon ongeveer 1,5 meter, heeft een inhoud van ongeveer 0,5 liter en een gewicht van ongeveer 220 g. De darmwand heeft een oppervlak dat wordt bedekt door een laag mucine. Mucine bestaat uit mucus glycoproteïnen. Deze slijmlaag wordt gevormd door speciale mucus cellen in onder anderen de speekselklieren, dunne en dikke darm. De mucus cellen vormen een gelachtig materiaal dat een rol speelt bij de afweer van de gastheer. Veel commensale en pathogene bacteriën kunnen zich aan de mucines binden of deze afbreken (De Repetigny et al., 2000).

De belangrijkste functies van het maagdarmkanaal zijn afbraak en absorptie van voedselbestanddelen en water. De afbraak vindt voornamelijk plaats in het bovenste gedeelte van het maagdarmkanaal. De belangrijkste plaatsen voor absorptie zijn de dunne darm en het begin van de dikke darm. Afbraak en absorptie worden mogelijk gemaakt door de uitscheiding van verschillende enzymen, zoals glycosidasen, lipasen, peptidasen en proteïnasen.

Alle onverteerbare voedselbestanddelen en een groot gedeelte van de uitscheidingsprodukten komen in de dikke darm terecht. Daar worden zij verder afgebroken door de daar aanwezige darmflora. Veel van de produkten die hier gemaakt worden, worden door het lichaam opgenomen en dragen op die manier bij tot de voedingswaarde van de geconsumeerde voedingsmiddelen (Hartemink, 1999).

2.2 Darmflora

De gastro-intestinale flora is een complex bacterieel ecosysteem. Ieder gedeelte van het maagdarmkanaal heeft een specifieke flora, die aangepast is aan de daar heersende condities.

Over het algemeen heerst in de maag het laagste kiemgetal van het gehele maagdarmkanaal. Dat wordt veroorzaakt door de lage pH. In rust is die onder de 3, maar deze is hoger tijdens en na de maaltijd. De maaginhoud verlaagt vervolgens de pH in het duodenum. In de dunne darm is nog vrij veel zuurstof aanwezig. Er wordt gal, pancreas enzymen en bicarbonaat toegevoegd aan de darminhoud. Gal heeft een sterk bacteriedodend effect. Tezamen met de lage pH en de hoge doorstroomsnelheid door het vrijmaken van vloeistof door de mucosa (slijmvlies), voorkomt dit vergaande kolonisatie van de dunne darm.

Verderop in de dunne darm wordt de zuurstofspanning lager door microbiële groei. De concentratie gal is verlaagd door verdunning met mucine, de pH wordt neutraal door uitscheidingsprodukten van daar levende organismen en de snelheid van de vloeistofstroom is afgenomen (Hartemink, 1999).

samenstelling

Deze veranderende condities bepalen ook de aard van de aanwezige flora in de dunne darm. Aan het begin van de dunne darm zijn vooral lactobacilli, enterobacteriën en gisten zoals Candida aanwezig; aërobe of aërotolerante soorten. Meer naar het einde van de dunne darm zijn dat vooral anaërobe soorten zoals clostridia en bifidobacteriën (Syllabus college levensmiddelenmicrobiologie en -hygiène, 1999).

Aan het eind van de dunne darm aangekomen, gaat het voedsel naar de dikke darm. Er is al veel water geresorbeerd door het lichaam, waardoor de doorstroomsnelheid erg laag is. De gal is al zeer sterk verdund en de pH is neutraal. Deze factoren; plus een grote hoeveelheid fermenteerbaar materiaal, zorgen voor bacteriegroei tot waarden in de orden van 10 11 bacteriën per gram (Hartemink, 1999).

functies

De darmflora heeft vele functies, waaronder (naast de al genoemde afbraak van voedsel):

verstoringen

Normaliter is de darmflora in evenwicht. Dit houdt in dat de samenstelling vrij constant is; er zijn dezelfde micro-organismen aanwezig en ook in dezelfde hoeveelheden. Er zijn echter factoren die de darmflora kunnen verstoren. Deze worden hieronder ingedeeld in categoriëen. Bij iedere categorie wordt een aantal voorbeelden genoemd.

gastheer factoren

microbiële factoren

exogene omgevingsfactoren

 

2.3 Het geslacht Candida

Het wereldwijd voorkomende geslacht Candida werd tot 1970 opgesplitst in 81 soorten. Hiervan kwamen er 27 voor bij de mens. De andere soorten werden gevonden in warmbloedige dieren (20), gefermenteerde produkten of rottende vegetatie (20), water (9), insecten (11) en planten en levensloze bronnen ( 66).

In 1970 werden aan deze 81 nog eens 69 soorten toegevoegd, die totdantoe behoorden tot het geslacht Torulopsis. Het geslacht werd toen opgesplitst in 3 groepen. Deze bevatten

 

vóórkomen Candida spp. bij de mens

Cijfers over de frequentie van vóórkomen van Candida spp. in de dunne darm van gezonde mensen lopen uiteen; Rantala noemt 60 - 80 %, Gow noemt 50 % en Knoke noemt 23 - 76% (Rantala, 1993; Gow, 1996; Knoke, 1999). Deze onderzoeksresultaten betreffen de verhoudingen in de darminhoud: de microflora die zich aan de wand gehecht heeft, is totnutoe nog zelden vastgesteld. Rantala vindt in zijn onderzoek Candida spp. in de faeces van 20 - 30 % van de gezonde mensen (Rantala,1993).

Met het ouder worden verandert de samenstelling van de darmflora. De frequentie van het optreden van Candida soorten neemt toe van 42,9 % tot 72,2 % . Bij bejaarden is tevens een kwantitatieve toename te zien ten opzichte van gezonde volwassenen (Knoke, 1999).

In onderstaande figuur wordt de verdeling weergegeven van Candida spp. over het maagdarmkanaal. Te beginnen bij het speeksel en eindigend bij de hoeveelheid Candida spp. in de colon.

Candida komt voor in de mondholte (met name op de tong) van 17 % van de mensen in een onderzoek van 298 gezonde proefpersonen. In de maag komen C. albicans (52,2 %), C. tropicalis (20,3 %) en C. glabrata (6,8 %) voor. Deze soorten zijn het best aangepast aan het zure milieu. Meestal liggen de kiemgetallen in een persoon met normaal maagzuur onder 102 per ml. Op grond van hun zuurtolerantie passeren met name C. albicans, C. glabrata en C. krusei de maag zonder vitaliteitsverlies en komen in het duodenum tot ontwikkeling. Candida spp. werden in totaal vastgesteld bij 32 % van de personen en bij 6 % in hoeveelheden >103 per ml.

In de dikke darm ontstaat voedselconcurrentie. Bacteriën hebben een kortere generatietijd dan Candida spp. en bezitten extracellulaire enzymen. Hierdoor zijn zij in het voordeel ten opzichte van Candida spp.. Candida spp. hebben nu veel minder kansen om tot ontwikkeling te komen. Toch komen Candida spp. bij gezonde mensen nog voor in ongeveer 103 per g faeces.

C. albicans komt ook zeer frequent voor in de vaginale flora. Hier is Candida de oorzaak van 85 - 90% van de optredende ontstekingen (Saavedra et al., 1999).

Volgens de definitie van residente darmflora, is een micro organisme resident als het biotoopeigen en steeds in aanzienlijke kiemtallen aanwezig is. Transiënte micro organismen komen maar tijdelijk voor, als het voedselaanbod en de andere omgevingsfactoren dat toestaan. C. albicans is sterk aangepast aan warmbloedige organismen; dit in tegenstelling tot andere bij de mens voorkomende gisten. Bij gezonde mensen kan C. albicans in aanzienlijke hoeveelheden in de mond, faeces en maag voorkomen. Hier geldt C. albicans als een deel van de residente flora. Deze gekoloniseerde stammen zijn duidelijk te onderscheiden van stammen die slechts tijdelijk optreden en van wie de mens slechts tijdelijk drager is; zij zijn aan te merken als transiënte flora (Knoke, 1999).

pathogene soorten

Een overzicht van de meest voor de mens van belang zijnde pathogene Candida soorten en de percentages waarin zij aangetoond werden in post operatieve patiënten, staat weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 2.1.De belangrijkste humane pathogene Candida soorten en het door hen veroorzaakte percentage isolaten in gevallen van candidiasis in geopereerde patiënten (naar Rantala, 1993).

soort

percentage isolaten

C. albicans

55,2 - 80,0

C. tropicalis

4,3 - 28,6

C. parapsilosis

5,0 - 16,7

C. glabrata

4,6 - 18,2

C. guilliermondii

2,1 - 3,4

C. krusei

1,8 - 4,8

C. lusitaniae

3,4 - 5,6

C. kefyr

1,1 - 5,6

Tegenwoordig is de pathogeen C. albicans nog steeds zeer belangrijk, maar C. glabrata wordt als pathogeen organisme steeds belangrijker (Vermeulen, 2000). C. glabrata is een gist die nog maar zeer kort geleden (h)erkend is als een belangrijke opportunistische pathogeen. De allereerste beschrijving van een ziektegeval vond plaats in 1917. Op dit moment wordt geschreven dat C. glabrata verantwoordelijk is voor 11 % van alle gistinfecties bij de mens (Internet pagina 5).

Ook C. albicans is nog maar korte tijd zo' n belangrijke, doch onderkende pathogeen. Uit epidemiologische rapportages van de laatste tien jaar blijkt duidelijk dat uit bloedkweken van gehospitaliseerde patiënten C. albicans als ziekteverwekker op de vijfde plaats komt. C. albicans staat zelfs op de vierde plaats in bloedkweken van patiënten die op de intensive-care units verbleven. Bestudering van de pathogene mechanismen waarvan Candida spp. zich bedienen, zijn eigenlijk nog maar pas geleden begonnen (Internet pagina 6).

metabolisme

C. albicans en C. glabrata kunnen gebruik maken van meerdere eenvoudige koolstof- en energiebronnen. C. albicans kan in ieder geval groeien op glucose, maltose (zuur en gas gevormd) en galactose (zwak; alleen zuurvorming). Er treedt geen groei op op sucrose, raffinose en lactose.

C. glabrata fermenteert van de genoemde suikers alleen glucose (Rose en Harrison, 1969; Rose en Harrison, 1987).

C. albicans kan goed groeien in de aanwezigheid van zuurstof, groeit het best op simpele substraten en is goed bestand tegen een zuur milieu (Rantala, 1993).

resistentie

Over de resistentie van C. albicans en C. glabrata lopen de meningen uiteen. De tendens is dat over het algemeen C. glabrata minder gevoelig voor antibiotica is dan C. albicans. C. glabrata is gevoelig voor amphotericine B en 5-fluorocytosine en is resistent tegen fluconazole. C. glabrata is niet zo gevoelig voor ketoconazole, clotrimazole, miconazole en itraconazole als C. albicans (Internet pagina 5).

C. albicans kan relatief resistent zijn voor amphotericine B en fluconazole (Rantala, 1993).

In de onderstaande tabel staan MIC waarden (voor zover bekend) van C. albicans en C. glabrata bij behandeling met vier verschillende substanties.

Tabel 2.2: Resistentie van Candida spp. tegen 4 verschillende substanties, uitgedrukt in Minimal Inhibiting Concentration (MIC) waarden.

Candida spp. (# stammen getest)

MIC Amphotericine B

MIC Fluconazole

MIC 5-fluorocytosine

MIC Lactaat

C. albicans (60)

(Lee et al., 2000)

0,06 - 0,25 (mg L-1)

0,12 - >64 (mg L-1)

£ 0,12 - >64 (mg L-1)

 

C. glabrata (Internet pagina 5)

 

40 m g L-1.

 

 

C. albicans (Internet pagina 5)

 

2,5 m g L-1

 

 

C. zeylanoides (Houtsma, 1996)

 

 

 

>1339 (mM)

 

2.4 Morfologie

Candida albicans is een gist die van verschijningsvorm kan veranderen. Er bestaan van C. albicans 4 verschillende verschijningsvormen; knopvormende vegetatieve cellen (blastoconidia of gist fase genoemd), mycelium en pseudomycelium (de schimmel fase) en blastosporen (chlamydosporen). Deze laatsten komen niet zo frequent voor en alleen onder zeer specifieke omstandigheden.

blastoconidia

De gist fase van Candida (blastoconidia) bestaat uit Grampositieve ronde tot ovale cellen met een diameter van 2,7 tot 10,0 bij 2,0 tot 6,0 µm (Odds, 1985; Rantala, 1993). Vermeerdering geschiedt via knopvorming. Veel van deze cellen dragen dan ook een of meerdere knoppen.

Figuur 2.2 C. albicans blastoconidia; elektronenmicroscopische foto (Internet pagina 2).

pseudomycelium

Pseudomycelium ontwikkelt zich uit de blastoconidia door de vorming van kiembuizen die zich verlengen. Het pseudomycelium bestaat uit lange, rechte of gekromde cellen van verschillende lengte die kop-staart aan elkaar liggen. Deze slierten worden ook wel hyphen genoemd. De aanwezigheid van pseudohyphen in bijna alle monsters en kweken is een aanwijzing dat de pseudohyphen een tussenvorm zijn tussen blastoconidia en echte, of ware hyphen (Odds, 1985).

 

mycelium

Echt mycelium is hetzelfde als het septate mycelium van andere schimmels en bestaat uit zeer lange cellen met daarin tussenschotjes. Deze zeer lange slierten worden omschreven als hyphen, en zij verlengen zich continu. Mycelium kan ontstaan uit de gist fase, pseudomycelium en blastosporen. Deze overgangen zijn reversibel. Het is erg lastig verschil te zien tussen mycelium en pseudomycelium. Daarom worden deze twee door de meeste wetenschappers over een kam geschoren. In pseudomycelium zijn versmallingen of verdunningen zichtbaar op de plaats van de septa (Odds, 1985).

 

blastosporen

Blastosporen of chlamydosporen zijn dikwandige ronde cellen, met een diameter van ongeveer 10 m m. Ze worden in kleine hoeveelheden gevormd aan zogenaamde suspensor cellen van het pseudomycelium. Het aantal van deze sporen is afhankelijk van allerlei factoren zoals mechanische verstoring (Rose en Harrison, 1969), de hoeveelheid gisten per ml en de hoeveelheid zuurstof. De vorming van blastosporen wordt tegengegaan door licht en bepaalde antibiotica (Internet pagina 7). Ze zijn voornamelijk het produkt van een uithongerings groei omgeving voor C. albicans. Over het algemeen worden ze gezien als een slapende of opslagvorm; een overlevingsmechanisme. Recent gevormde sporen zijn in staat te ontkiemen en uit te groeien, alleen oude sporen zijn soms steriel en niet (meer) in staat te ontkiemen. De vorming van blastosporen geschiedt het best op verarmde media die detergentia (Tween 80 of galzouten) bevatten, bij 25 ± 5 ° C (Odds, 1985).

Figuur 2.3; de verschillende verschijningsvormen van C. albicans schematisch weergegeven (Internet pagina 7).

dimorfisme

Meestal wordt het vóórkomen van C. albicans in de gist- en schimmelfase omschreven als dimorfisme. We hebben gezien dat deze term eigenlijk niet juist is, omdat er sprake is van 4 verschijningsvormen. Deze vier vormen kunnen in elkaar overgaan en komen soms ook tegelijkertijd voor in een bepaalde omgeving (zie figuur 2.3). Zo kan C. albicans in arme milieus van de gist fase overgaan naar de mycelium fase. De vegetatieve cellen vormen dan kiembuizen die uitgroeien tot langgerekte vegetatieve myceliumcellen. Zulke filamentatie is meestal reversibel, wat betekent dat als de gisten weer in een rijker milieu komen, ze weer omswitchen naar de gist fase. Een filamenteuze groeiwijze is dus een adaptatie naar een toestand met weinig nutriënten (Walker, 1998).

Verscheidene veranderingen in culture of omgevingscondities, kunnen de overgang van gist naar hyphe triggeren. Verhoging van de externe pH en temperatuur in combinatie met bepaalde nutritionele "kiembuis inducers" (bijvoorbeeld serum, N-acetylglucosamine etc.) zijn belangrijke factoren die dimorfisme in de hand kunnen werken. Biobeschikbaarheid van bepaalde metaalionen (bijv Mg2+) is ook van belang. In knopvormende gisten zoals S. cerevisiae en K. marxianus, is de aanwezigheid / afwezigheid van zuurstof ook van invloed op de overgang van de ene naar de andere verschijningsvorm. Immobilisatie van gist in alginaat bolletjes kan ook leiden tot filamenteuze celgroei. Ethanol zorgt voor promotie van de vorming van kiembuizen (Walker 1998).

Overzicht van de groeicondities die een ontwikkeling van de hyphenvorm bevoordelen:

algemene condities

specifieke chemische factoren

specifieke samenstelling van groei media

Groei van C. albicans in een chemostaat schijnt de produktie van gemengde morfologiën te bevorderen (Shepherd en Sullivan in Odds, 1985).

C. glabrata

C. glabrata is een knopvormende gist die geen hyphen of pseudohyphen kan maken. Het is niet bekend op C. glabrata sporen kan vormen. Tot 1970 werd hij omschreven als Torulopsis glabrata. Gedurende vele jaren werd C. glabrata beschouwd als een niet-pathogeen organisme, tot hij aan het einde van de 70-er jaren erkend werd als de veroorzaker van opportunistische infecties. De verschijning van C. glabrata als pathogeen werd geassocieerd met het toenemend gebruik van breed-spectrum antibiotica, corticosteroïden, bestraling, chemotherapie en intraveneuze catheters. Er zijn aanwijzingen dat het gebruik van het antibioticum fluconazole patiënten vatbaarder maakt voor infecties van C. glabrata. In pasgeborenen is C. glabrata een serieuze pathogeen, die diarree, hersenvliesontsteking en hartontstekingen kan veroorzaken (Internet pagina 5).

 

2.5 Verband tussen morfologie en virulentie

Sommige onderzoekers menen dat de overgang van gistfase naar myceliumfase gepaard gaat met een overgang van een commensaal vorm naar een pathogene toestand. Het is niet zeker of dit daadwerkelijk het geval is. Het is in ieder geval duidelijk dat de morfologie van C. albicans op een bepaalde plaats en tijd bepaald wordt door factoren van de gastheer die op dat moment heersen op die specifieke plaats. Die factoren zijn nog niet duidelijk en helder gedefinieerd. In een ander onderzoek naar de pathogenese van C. albicans in muizen kon geen verband gevonden worden tussen de mate waarin C. albicans de darmwand penetreerde en de gist- of de mycelium fase. Transformatie naar de mycelium fase werd gevolgd door een progressieve infectie van alleen de nieren (Rose en Harrison, 1969). In onderzoek van De Repentigny bleek echter dat alleen invasie optrad indien zowel C. albicans sporen als pseudomycelium aanwezig waren (De Repetigny et al., 1992).

In C. albicans is dimorfisme een manier van aanpassing; de hyphen zijn goed aangepast om epitheelcellen te penetreren en dus is de gist virulenter. Tevens wordt wel beweerd dat als C. albicans in de hyphenvorm is, de gevoeligheid voor fagocyten verminderd is. Hierdoor is het voor het lichaam moeilijker C. albicans aan te pakken (Alcamo, 1994).

Factoren die in zijn algemeenheid virulentie tot gevolg hebben, zijn

Virulentie in C. albicans is toe te schrijven aan een verscheidenheid van tegelijkertijd tot expressie gebrachte eigenschappen, dit in tegenstelling tot de activiteit van een enkel gen produkt (zoals bijvoorbeeld een toxine) (Gow, 1996).

In onderzoek naar de virulentie van C. albicans wordt vaak de binding aan de dunne darm gezien als een marker voor virulentie. In een proef met ratten werd op t= 0 het aantal kolonie vormende eenheden Candida per m2 dunne darm (ileum) bepaald. Dit werd vergeleken met t= 1 en t= 2, waarbij respectievelijk een en twee keer een suspensie van C. albicans door de darm was gespoeld. De bezetting van de darm nam toe van 1,7 *104 (t= 0), via 3,6 * 104 (t= 1) tot 3,7 * 104 (t= 2). Er is dus sprake van toename na een passage, maar dit wordt niet versterkt door een toename bij een tweede passage (Nath, 1996).

2.6 Ziekten en hun ziektebeeld

Candida albicans is een veelzijdig organisme. Dat komt tot uitdrukking in de verschillende morfologiën, maar ook in de veroorzaakte effecten. Wanneer iemand drager is van C. albicans, kan er sprake zijn van 4 verschillende toestanden:

Deze 4 toestanden worden hieronder besproken.

commensaal

C. albicans is een opportunische pathogene gist die allerlei verschillende ziekten kan veroorzaken bij de mens. Hij kan voorkomen als commensaal in de dunne darm zonder dat de gastheer daar iets van merkt. Volgens cijfers van Gow komt Candida voor bij 50% van de bevolking, zonder dat er symptomen van zichtbaar zijn (Gow, 1996). C. albicans kan echter ook pathogeen zijn en (met name bij mensen met een lage weerstand) door de darmwand heen in het bloed terechtkomen en acute infecties veroorzaken die zelfs tot de dood kunnen leiden. Verder kunnen er acute oppervlakkige ontstekingen ontstaan op verschillende plaatsen in het lichaam.

 

oppervlakkige infecties

Veel vrouwen zijn drager van Candia spp. in de vagina. De hoeveelheid wordt echter in balans gehouden door de normale flora (met name lactobacilli). In sommige situaties kan de normale flora verstoord zijn. Dat komt met name voor bij zwangere vrouwen. Tijdens de zwangerschap stijgt de pH in de vagina tot boven de 4,4. Dan kan C. albicans overgroei optreden met als gevolg vulvovaginitis. Dit kan ernstige gevolgen hebben, bijvoorbeeld te vroege geboorte van het kind (dat daardoor een te laag geboortegewicht heeft), of ontsteking van de vruchtvliezen (Okkers et al., 1999).

De normale flora houdt de vagina in balans (Reid, 1998). Dit kan onder meer veroorzaakt worden door een bepaalde stof die wordt afgescheiden door L. pentosus. Deze melkzuurbacterie scheidt pentocine TV35b uit; een bacteriocine met een remmend effect op verschillende stammen Clostridia, Listeria en C. albicans. C. albicans switcht in aanwezigheid van deze verbinding om van de gist- naar de schimmelfase; dit doet vermoeden dat C. albicans onder stress condities staat. Candida spp. worden niet zozeer afgedood, maar groeien minder sterk uit dan in afwezigheid van het genoemde pentocine (Okkers et al., 1999).

Verder kan er ook infectie optreden van:

Figuur 2.4: Baby met spruw. (Internet pagina 8).

Figuur 2.5: volwassene met orale candidiasisof spruw (Internet pagina 2).

Spruw is een acute Candida infectie van de mondslijmvliezen. Spruw komt met name voor bij pasgeborenen en bij ouderen die een kunstgebit dragen. De ontsteking komt meestal voor op de tong, het gehemelte en in de mondhoeken. Als de spruw volledig ontwikkeld is, zijn er witte tot crème-kleurige stippen of plakkaten zichtbaar op een min of meer ontstoken ondergrond (Rose en Harrison, 1969). Zie figuren 2.3 en 2.4. Indien de infectie niet behandeld wordt, kan de ontsteking zich verspreiden naar de keel en slokdarm. De infectie van de baby's vindt plaats tijdens de geboorte. De kinderen komen in aanraking met de vaginale flora van de moeder. Deze kan aanzienlijke hoeveelheden Candida spp. bevatten, die in de kindermond terecht komen (Hallén, 1998). Aangezien baby' s nog geen ontwikkelde mondflora hebben, kan er gemakkelijk Candida overgroei optreden.

acute of systemische candidiasis

Systemische Candida overgroei treedt op wanneer Candida de darmwand doorbreekt (translocatie) en in de bloedbaan terecht komt. Hiervandaan kan Candida in alle gedeelten van het lichaam terecht komen. Symptomen zijn spierpijn, stijve of pijnlijke gewrichten, vermoeidheid, herhaaldelijke urineweg ontstekingen of ernstige ziekten (asthma, hyperactiviteit, diabetes, arthritis). Systemische Candida overgroei wordt bestreden met systemische antischimmel middelen die in dusdanige hoeveelheden in de bloedbaan aanwezig moeten zijn dat ze in organen en gewrichten kunnen werken. Veel artsen herkennen deze systemische aandoening, maar denken dat deze alleen bij mensen met een zeer slechte weerstand voor kan komen (patiënten van ziekten zoals AIDS, kanker en mensen die een orgaantransplantatie hebben ondergaan) (Internet pagina 4). Systemische candidiasis komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.

De meeste gisten die ziekte veroorzaken bij de mens, zijn commensalen, die alleen pathogene effecten laten zien wanneer de gastheer niet in balans is met zijn eigen inwendige flora. Dit zijn vooral mensen met AIDS of slachtoffers van bepaalde kwaadaardige ziekten zoals leukemie. Ook veel moderne medische procedures zoals orgaantransplantaties (Rantala, 1993), open-hart operaties, cytotoxische en immuunonderdrukkende drugs en antibiotica die de normale bacterieflora onderdrukken, kunnen een gelegenheid creëeren voor de gist om weefsels binnen te gaan (invasie of translocatie). Verspreide infecties door Candida (systemische candidiasis) zijn ernstig en zelfs levensbedreigend als zij niet behandeld worden (Rose en Harrison, 1987).

Deze systemische infecties komen voornamelijk voor in nieren, hart, lever, centraal zenuwstelsel, longen, milt en dieper gelegen weefsels van het verteringssysteem.

Er is een dierproef uitgevoerd met gezonde muizen en konijnen en met muizen en konijnen met een verminderde weerstand. Deze verminderde weerstand kwam tot uitdrukking in een diabetische toestand, veroorzaakt door bijvoorbeeld behandeling met antibiotica, bacterie infectie, röntgenstraling of vergiftiging. Alle dieren werden vervolgens geïnfecteerd met Candida. Er bleek dat Candida in gezonde gastheren vooral affiniteit heeft met de nieren en in mindere mate het hart en de hersenen. In de gastheren met slechte weerstand waren meerdere ingewanden aangetast en ook was er een verdere proliferatie van de schimmel in de aangetaste delen (Rose en Harrison, 1969).

Als Candida eenmaal in het bloed terecht is gekomen, wordt hij er ook weer heel goed uit gehaald. Met name de lever filtert zeer efficiënt Candida uit het bloed; alle cellen worden verwijderd, tenzij de concentratie te hoog is en de lever het niet meer aan kan (Rantala, 1993).

 

chronische candidiasis

Chronische Candida infectie wordt niet of nauwelijks erkend door de traditionele medische wetenschap. Daardoor is het niet mogelijk hierover betrouwbare bronnen te raadplegen. Voor dit gedeelte is dan ook vrijwel uitsluitend gebruik gemaakt van internet bronnen.

Andere benamingen voor chronische Candida infectie, zijn "Candidiasis Hypersensitivity Syndrome" en "Candida Related Complex" (Internet pagina 10).

De eerste belangrijke vraag die gesteld dient te worden, is "Hoe kan nou een commensaal organisme ineens een chronische overgroei veroorzaken?" Over het algemeen kan deze overgang veroorzaakt worden door alle factoren die zorgen voor een verstoring van de darmflora. Een aantal van deze factoren met een sterke link met chronische Candida infectie, worden daarom hieronder genoemd en toegelicht.

In het geval van chronische Candida infectie is er geen sprake meer van evenwicht in de darm; er is Candida overgroei opgetreden. Er is dus niet zozeer sprake van daadwerkelijke ziekte, maar er is veeleer sprake van een toestand van onbehagen en "kleine" klachten. Deze overgroei kan tot gevolg hebben dat ook na de verstoring (bijvoorbeeld de antibiotica kuur) er nog steeds een grotere hoeveelheid Candida spp. aanwezig is in de dunne darm dan er vóór de kuur was. Deze overgroei van de dunne darm is dan chronisch geworden en is zeer moeilijk weer op te lossen.

2.7 Klachten van chronische Candida infectie en hoe zij veroorzaakt worden

opsomming van klachten

Symptomen van Candida overgroei in de darm

Ook zijn er gevallen bekend van mensen die zeer frequent dronken zijn doordat C. albicans in de dunne darm alcohol produceert uit de aanwezige suikers. Mensen die hiermee te maken hebben, hebben vaak problemen met hun omgeving, inclusief de door hun geraadpleegde artsen. Men verdenkt hen er ten ontechte van alcoholist te zijn. Zo is er een verhaal bekend van een persoon die dronken werd omdat hij een schepje suiker in de koffie gebruikte (Alcamo, 1994).

Uit bovenstaande is duidelijk dat er vele verschillende klachten kunnen zijn die het gevolg zijn van chronische Candida overgroei. Hieronder worden de klachten ingedeeld in categoriën met betrekking tot de preciese oorzaak van de klacht.

klachten door chronische Candida albicans ontsteking

 

Leaky Gut Syndrome (LGS)

LGS (Leaky Gut Syndrome) is een aandoening waarbij de darmwand "lek" is en allerlei stoffen vanuit de darm in het bloed terecht kunnen komen. Een gezonde darmwand laat alleen nutriënten door naar de bloedbaan. Wanneer de darmwand echter beschadigd is (bijvoorbeeld door Candida translocatie), kunnen grotere moleculen (zoals onvolledig afgebroken vetten, eiwitten uit de voeding en toxinen) ook in het bloed terecht komen (Field et al., 1981). Het lichaam erkent deze stoffen als lichaamsvreemd en vormt antilichamen tegen deze verbindingen. Hierdoor kunnen er allergische reakties optreden tegen voedingsmiddelen waar de Candida patiënt nog nooit eerder allergisch voor is geweest (Internet pagina 13). Bij een langdurig optreden van LGS kunnen ook vitamine deficiënties optreden, doordat er onvoldoende gezonde cellen zijn die deze stoffen opnemen en overdragen aan het bloed (Internet pagina 4).

Een ander effect dat het Leaky Gut Syndroom op de patiënt kan hebben, is het optreden van psychische klachten. Onvolledig verteerde eiwit afbraak produkten kunnen door de darmwand in het bloed terecht komen. Deze stoffen hebben een endorfine-achtige werking waardoor ze invloed hebben op de geest, stemming, geheugen en gedrag (Internet pagina 9).

 

produktie van toxinen

Candida kan tijdens de groei in het maagdarmkanaal (zonder dat er sprake is van invasie) veel verschillende toxische stoffen produceren. Deze kunnen in het bloed terechtkomen en daar allerlei symptomen veroorzaken. Voorbeelden van gevormde stoffen en hun effect zijn

 

De eerste stap van infectie door Candida is hechting aan de darmwand. Candida cellen bezitten adhesinen (receptoren of adhesiemoleculen) voor glycoproteïnen die aan de membraan van epitheelcellen zitten. Hiermee bindt Candida zich aan deze epitheelcellen en zit op die manier vastgehecht aan de darmwand.

De tweede stap is kolonisatie: de Candida cellen scheiden een enzym (aspartyl proteïnase) af, waardoor er ruimte wordt gecreëerd tussen de mucosa cellen. In deze ontstane ruimte kan Candida zich nestelen.

Candida kan hyphen gaan vormen en hiermee diep in het weefel doordringen. Uiteindelijk kan zelfs weefsel geperforeerd worden en komt Candida in de bloedbaan terecht. Dit laatste zou op twee manieren veroorzaakt kunnen worden:

Als de cel eenmaal in het bloed terecht is gekomen, loopt de cel kans aangevallen te worden door fagocyten (fagocytose). Het kan echter ook het geval zijn dat de Candida de fagocytose omzeilt. Hiervoor zijn verschillende verklaringen, waaronder de werking van het door Candida gemaakte enzym aspartyl proteïnase, dat ervoor zorgt dat de bactericide eigenschappen van de leukocyten verminderd worden (Internet pagina 6). Er wordt echter ook gesuggereerd dat leukocyten wel goed Candida in de gistvorm kunnen aanpakken, maar dat ze erg veel moeite hebben met Candida in de hyphenvorm (Alcamo, 1994; Internet pagina 10).

binding aan de darmwand

Voordat er überhaupt sprake is van ziekte door C. albicans, zal deze eerst aan de darmwand moeten kunnen hechten. Om dit te onderzoeken werd een test gedaan met met antibiotica behandelde muizen. Deze muizen werden oraal blootgesteld aan hoge concentraties C. albicans. Er blijkt dat er weinig binding is aan de maag en aan de dunne darm. Candida bindt zich met name aan de wand van de dikke darm, in het caecum. Hechting vindt plaats volgens de volgende stappen:

Er werd in deze studie niet gevonden dat C. albicans hyphen de mucosa van dunne darm of caecum penetreerden.

In de controlegroep (muizen die niet met antibiotica waren behandeld), hechtte C. albicans zich niet of nauwelijks aan de mucosa. Dit komt waarschijnlijk door de aanwezigheid van allerlei bacteriën die niet aanwezig zijn in de muizen die antibiotica kregen. Deze cellen doen dat waarschijnlijk door het vormen van een dikke laag, zodat Candida niet bij de adhesieplaatsen kan komen en het produceren van remmende stoffen (kortketenige vetzuren) die de oppervlakte eigenschappen van C. albicans of van mucosale receptoren veranderen. Wanneer Candida niet hecht aan de darmwand, treedt er geen kolonisatie op en is de kans op systemische candidiasis zeer klein.

Hoe de binding van Candida aan de mucosa precies tot stand komt is niet bekend, wel duidelijk is dat hydrofobe interacties hierbij geen rol spelen. Candida cellen hebben een hydrofiel karakter dat meer affiniteit heeft met waterige dan met niet-waterige milieus (Kennedy et al., 1987).

 

 

 

Mucus materiaal bestaat uit twee typen:

Bindingsplaatsen op de mucus kunnen wedijveren met receptoren op de onderliggende epitheelcellen. Op deze manier komen de bacteriën niet op het oppervlak en kunnen ze verwijderd worden. In dit geval heeft de mucus dus een beschermende werking tegen pathogenen.

Aan de andere kant heeft de afbraak van mucine door bacteriële proteïnases of glycosidases het omgekeerde effect; het wordt gemakkelijker gemaakt om de darmwand te bereiken omdat de mucus barrière gepenetreerd kan worden. Er is erg weinig bekend over de rol van mucine bij pathogenese door Candida. Bij intacte hamsters die oraal een dosis Candida toegediend kregen, bleek dat de reeds aanwezige bacteriën op de mucus een barrière vormden voor de Candida (De Repentigny et al., 2000).

Het blijkt in vitro, dat wanneer Candida in een suspensie wordt gebracht die zowel epitheelcellen als mucine bevat, de mucine verhindert dat Candida aan de epitheelcellen bindt. Hoe hoger de concentratie mucine, hoe minder binding van Candida aan epitheelcellen. Wanneer het mucine wordt behandeld met Sap2p en dus deels wordt afgebroken, treedt er weer meer binding op aan de epitheelcellen. Er wordt gesuggereerd dat het 118-kDa C-terminaal glycopeptide van mucine verantwoordelijk is voor de Candida-mucine interacties en een substraat is voor Candida Sap2p. De binding van Candida aan mucine is niet gevoelig voor pH (gelijke binding bij pH 3,5 - 8,5). Hieruit kan geconcludeerd worden dat C. albicans zich vrij gemakkelijk kan binden aan de mucosa en deze onwerkzaam maken met de beschikbare enzymen.

translocatie

Wanneer hyphen van C. albicans op een vaste drager worden gekweekt, vormen deze helices of coils (krullen). Ze groeien recht wanneer zij in een vloeibaar medium worden gekweekt of in een agar medium. Er wordt gesuggereerd dat deze groei in helices alleen plaatsvindt wanneer er aan een kant van de top van de hyphe contact is met een vast oppervlak. Een verklaring hiervoor is dat de apex (de kop) van de hyphe roteert gedurende verlenging, met een complete rotatie per cel cyclus. Dit fenomeen is vastgesteld voor hyphen die aëroob of onder verminderde zuurstofspanning groeien op media met serum of corn meal agar.

Als Candida albicans op membranen wordt gekweekt die groeven, ruggen of poriën bevatten, dan is duidelijk zichtbaar dat de punt van de hyphe geleid wordt door de contouren van het onderliggende substraat. Deze groei die geleid wordt door topologische eigenschappen wordt thigmotropisme genoemd. Er wordt verondersteld dat de hyphen aan het substraat binden en zo de weg van de minste weerstand vinden. Dit is heel goed mogelijk, aangezien C. albicans heel goed bindt aan zowel natuurlijke als kunstmatige oppervlakken (Busscher et al., 1997). Deze eigenschap kan een belangrijke bijdrage leveren aan de pathogeniciteit van C. albicans: de hyphen worden door gaten in membranen geleid, door wonden en door de huid op plaatsen waar het buitenste epitheel verzwakt is (Gow, 1996).

2.8 Stellen van de chronische candidiasis diagnose

methoden van diagnose

Om een Candida diagnose te stellen, kunnen de volgende methoden gebruikt worden:

Bij dit laatste punt dient ook de zogenaamde "die-off" of Herxheimer reactie genoemd te worden. Wanneer een hoeveelheid Candida in een keer gedood wordt, worden alle in de cellen opgeslagen toxinen in een klap vrijgegeven in het bloed. Hierdoor treden er tijdelijk erg heftige Candia verschijnselen (misselijkheid, hoofdpijn, diarree, slechte adem) op, gevolgd door een aanzienlijke vermindering van de symptomen. Wanneer dit effect wordt veroorzaakt door antigist middelen, kan het gedurende een paar dagen tot twee weken optreden, afhankelijk van het toegepaste middel (Internet pagina 4).

bezwaren

Toch is het stellen van een diagnose erg moeilijk, want:

Het duurt vaak geruime tijd (genoemd worden tijden in orde van grootte van twee jaar) na het begin van de overgroei tot er ernstige gist overgroei symptomen optreden. Bijvoorbeeld; 2 jaar geleden heeft een persoon veel antibiotica geslikt; het is heel waarschijnlijk dat de klachten die nu aanwezig zijn, veroorzaakt worden door de toen opgetreden imbalans van de darmflora (Internet pagina 4).

Wanner er sprake is van een systemische candidiasis in lage densiteit, is het erg moeilijk een diagnose te stellen met een bloedkweek. Dat komt doordat er erg weinig Candida cellen in het bloed aanwezig zijn. Dan moet worden teruggegrepen op een LBA (levend bloed analyse)(fase contrast microscopie). Er dient dan een standaard hoeveelheid bloed bekeken te worden onder de microscoop met behulp van een telkamer. De interpretatie van het beeld en de telling liggen dan bij de uitvoerende analist. Er kunnen wel antistoffen aangetoond worden in het bloed, maar dat heeft eigenlijk alleen zin als al vast staat dat deze stoffen specifiek tegen Candida gericht zijn.

LBA: dit is een kwalitatieve analyse waarbij een of meerdere druppels bloed worden bekeken met behulp van een lichtmicroscoop met fasecontrast bij een vergroting van 2500 x. Het is echter zo dat herstelprocessen zich in het bloed sneller manifesteren dan in de weefsels. Als de hoeveelheid Candida in het bloed dus zeer sterk is afgenomen gedurende een behandeling, wil dat niet zeggen dat de hoeveelheid Candida in de weefsels evenzeer is verminderd.

Daarom moet deze techniek worden ondersteund door een anamnese en score op de symptomenlijst (Internet pagina 6).

2.9 Behandeling van chronische Candida infectie

Hierover wordt in "betrouwbare" bronnen niet geschreven; chronische candidiasis wordt daar namelijk niet of nauwelijks erkend. Op internet is veel gepubliceerd over dit onderwerp. Er moet echter wel rekening gehouden worden met het feit dat niet alle geleverde informatie even betrouwbaar is of hoeft te zijn.

Voor de bestrijding van Candida in de darm worden wel de volgende middelen aangeraden:

Zelfmedicatie en huis- tuin- en- keuken middelen

Voor de behandeling van chronische Candida infecties worden allerlei (soms exotische) middelen aangeraden. Een aantal ervan zijn huis-tuin-en-keuken middelen: verse knoflook (dat bevat de werkzame component allicine), grapefruit zaad extract (met name voor de behandeling van spruw), oregano olie (bevat een verscheidenheid aan antischimmel eigenschappen) en tanalbit (een antischimmelmiddel dat zonder recept verkregen kan worden en dat wordt gewonnen uit natuurlijke tanninen die in thee voorkomen) (Internet pagina' s 2, 4 en 5).

 

antibiotica

Door de behandelend arts worden verschillende antibiotica voorgeschreven: nystatine, diflucan (werkt tegen een breed spectrum aan gisten) en ketoconazole. Bij systemische Candida infectie worden ook de antibiotica lamisil, sporanox en amphotericine B voorgeschreven. Dit laatste middel wordt over het algemeen intraveneus toegepast tegen verscheidene levensbedreigende gisten, waaronder Candida.

Candida is een gist die zich vrij gemakkelijk kan adapteren aan de toegepaste antibiotica. Dit probleem kan aangepakt worden door het regelmatig switchen van antibiotica, zodat de gist onvoldoende tijd krijgt om zich aan te passen (Internet pagina 4).

dieet

Het Candida dieet bestaat niet, maar de verschillende diëten hebben wel gezamenlijke kenmerken. Het is van belang zo weinig mogelijk suikers te consumeren. Dit geldt zowel voor kortketenige suikers als voor complexe koolhydraten (zetmelen etc.). Dat houdt in dat energie voornamelijk uit eiwitten en vetten gehaald dient te worden. Consumptie van fruit is niet toegestaan; vitamines dienen uit groenten en supplementen verkregen te worden. Er wordt aangeraden veel rauwkost te gebruiken.

Gebruik geen produkten waar gisten inzitten; dus geen gegist brood maar zuurdesembrood. Er blijkt namelijk een soort kruisgevoeligheid te zijn; antilichamen tegen Candida reageren ook op andere gisten zoals bakkersgist.

Verder is het niet toegestaan alcohol te consumeren.

Kenmerken van anti- Candida diëten

Op andere sites wordt een volledig plan gegeven voor de aanpak van chronische Candida. Het is daarbij volgens de schrijver van belang te letten op de volgende punten (Internet pagina 4):

De behandeling van Candida op orthomoleculaire wijze stoelt op de toepassing van een streng anti- Candida dieet, in combinatie met suppletie met nutriënten en natuurlijke anti-mycotica, bijvoorbeeld caprylzuur dat de membraan van gisten desintegreert. Verder wordt ook het gebruik van probiotica aangeraden in de vorm van Lactobacillus acidophilus en Bifidobacterium bifidum die ervoor moeten zorgen dat de darmflora genormaliseerd wordt (Internet pagina 6).

Ook nadat de klachten verdwenen zijn, wordt het aangeraden te letten op een aantal punten om te voorkomen dat er opnieuw een chronische infectie optreedt.

 

probiotica

Het is nog niet wetenschappelijk bewezen dat melkzuurbacteriën kunnen helpen pathogenen gedurende infectie danwel in chronische dragers te verwijderen. Er wordt bijvoorbeeld verondersteld dat er een werking is van L. rhamnosus GG tegen Cl. difficile infecties, maar er is zeker meer onderzoek nodig (Huis in 't Veld et al.,1997).

 

2.10 Probiotica

Een definitie van probioticum is (Fuller in Huis in 't Veld et al., 1997) een levend microbiologisch voedingssupplement, dat de gezondheid van de gastheer bevordert door het microbiële evenwicht in de darm te verbeteren.

eisen

Uit deze definitie kunnen een aantal eisen afgeleid worden, waaraan een probioticum zou moeten voldoen:

Verder dienen de micro-organismen veilig (niet pathogeen) zijn. Er worden bij voorkeur uit de mens geïsoleerde stammen gebruikt. Deze stammen dienen genetisch stabiel te zijn, zodat ze niet na verloop van tijd hun "positieve" eigenschappen verliezen.

De micro-organismen moeten de eerste aanvallen van het immuunsysteem overleven, wat betekent dat ze blootstelling aan speeksel, maagzuur en gal moeten kunnen overleven.

Als laatste zijn technologische aspecten ook van belang; bijvoorbeeld of het organisme gemakkelijk is te kweken op een goedkoop substraat (Tamine,1997; Huis in 't Veld et al.,1997).

functies

Probiotica kunnen verschillende functies uitvoeren, zoals

Het is niet van al deze claims bewezen dat zij inderdaad gelden. Ook kan het zo zijn dat effecten die door de ene onderzoeker wel worden vastgesteld, niet waargenomen worden door een andere onderzoeker of onderzoeksgroep. Effecten zijn stam- afhankelijk; niet alleen wat probiotische stam betreft, maar ook wat de pathogene stam betreft.

Mechanismen waardoor probiotica werken behelzen aspecten zoals

Wat betreft de bevordering van de immuunrespons, kan zeer duidelijk geconcludeerd worden dat er inderdaad sprake is van prikkeling van het immuunsysteem. De gastheer kan bijvoorbeeld meer immunoglobulinen gaan aanmaken waarmee pathogenen kunnen worden aangepakt (Elmer et al., 1996).

Er moet worden aangetekend dat al deze studies uitgevoerd zijn met mensen die lijden onder aandoeningen van het maagdarmkanaal. Probiotica werden in deze studies dus in feite gebruikt als curatieve en niet als preventieve maatregel (Huis in 't Veld et al., 1997).

De meeste en ook de best bewezen effecten van probiotica vinden plaats in de dunne darm. Effecten van probiotica op de dikke darm zijn marginaal. Er kan pas sprake zijn van een probiotische werking, indien het probioticum wordt ingenomen met een dagelijkse dosis van 10 8 - 10 9 levende cellen. Deze hoeveelheden hebben totaal geen effect op de samenstelling van de dikke darm. Bovendien zal een gedeelte van de cellen de passage door maag en darm niet overleven (Syllabus college levensmiddelenmicrobiologie en -hygiène, 1999).

voorbeelden van gebruikte stammen

De eisen die aan probiotica worden gesteld, zorgen ervoor dat er maar een aantal verschillende soorten micro organismen zijn die kunnen en mogen toegepast worden als probioticum. Deze organismen vallen vooral in de groepen van de bifidobacteriën, lactobacilli en enterococci. Van elk van deze groepen volgt hieronder een korte beschrijving.

bifidobacteriën

Bifidobacteriën zijn onbeweeglijke, Grampositieve, anaërobe staafvormige bacteriën die onder sommige omstandigheden een afwijkende vorm kunnen aannemen, zoals een y-vorm (Orrhage et al. in Hill, 1995). Zij kunnen onder anderen lactose, glucose galactose en fructose fermenteren. Er worden dan azijnzuur en melkzuur gevormd (verhouding 3:2), zonder de vorming van CO2. Groei treedt op bij pH 6,5 - 7,0. Er treedt geen groei op bij pH waarden onder 5,0 of boven 8,0.

Bij mensen met een gezonde dunne en dikke darm zitten er in de faecale flora ongeveer 1010 kve/ g aan bifidobacteriën. Bifidobacteriën zijn niet toxisch voor de mens en hebben de GRAS status (Generally Regarded As Safe) die dat nog eens benadrukt. Het nadeel van het gebruik van bifidobacteriën is dat zij nogal moeilijk te verwerken zijn. Wanneer ze zijn toegevoegd aan een produkt, treedt er gedurende de tijd afsterving op (Syllabus college levensmiddelenmicrobiologie en -hygiène, 1999).

lactobacilli

Lactobacilli hebben een lange historie van gebruik door de mens. Ze zijn niet toxisch, wat ook hier tot uitdrukking komt in de GRAS status. Ze produceren geen ongewenste aroma' s en zijn zeer stabiel gedurende de verwerking (Syllabus college levensmiddelenmicrobiologie en -hygiène, 1999).

Sommige lactobacilli zijn in staat bacteriocines te vormen. Van onder anderen L. casei is vastgesteld dat deze in vitro een remmende stof voor veel Grampositieve micro organismen afscheidt, namelijk caseicine. Het is echter niet duidelijk of deze stof ook geproduceerd wordt en/ of actief is in vivo.

Competitie om aanhechtingsplaatsen is aangetoond voor L. acidophilus op enterococci. Dit effect treedt alleen op wanneer de lactobacilli eerder in de darm aanwezig zijn dan de enterococci. Dit duidt erop dat er sprake is van sterische hindering (Syllabus college levensmiddelenmicrobiologie en -hygiène, 1999).

enterococci

Er zijn veel stammen enterococci die uit het maagdarmkanaal zijn geïsoleerd. Het gebruik van deze stammen is wel geaccepteerd, maar zij hebben geen GRAS status. Dit komt doordat er ook pathogene soorten zijn onder de enterococci (Syllabus college levensmiddelenmicrobiologie en -hygiène, 1999).

 

2.11 Candida en probiotica

Hieronder worden een aantal losse stukjes tekst weergegeven, die afkomstig zijn uit verschillende bronnen. In al deze stukjes wordt een effect van een bepaald probioticum vermeld tegen Candida in vitro, of tegen chronische, vaginale of systemische Candida infectie.

Als de Candida spp. afgedood zijn door fungicide, zullen de cellen loslaten van de darmwand en het lichaam met de faeces verlaten. De probiotica kunnen de leeggevallen plaatsen opvullen en de gist op drie manieren bevechten: Er wordt zuur gevormd, er treedt competitie op voor voedsel en er kan meegeholpen worden met de vertering van voedsel waardoor het Leaky Gut Syndroom minder ernstig wordt.

Het wordt dan ook aangeraden de probiotica 2-3 uur na de antibiotica in te nemen. De melkzuurbacteriën worden dan niet zo sterk aangetast door het antibioticum (Internet pagina' s 1 en 4).

Een ander mogelijk werkingsmechanisme van probiotica tegen chronische Candida infectie, ligt gelegen in de interacties tussen darmflora en epitheelcellen. Er is gebleken dat de flora van de dunne darm invloed heeft op de expressie van epitheel glycoconjugaten. Deze glycoconjugaten kunnen als receptor fungeren voor (pathogene) micro-organismen. De hechting van sommige pathogenen wordt verlaagd door de interactie tussen darmflora en gastheer. Er zijn dus soorten micro-organismen die de gastheer kunnen aanzetten tot het vormen van epitheel oppervlakte structuren die weer hun weerslag hebben op de aanhechtingsmogelijkheden van andere soorten. Om dit effect op de gastheer te hebben, moeten deze bacteriën wel een bepaalde kritische populatiedichtheid bereiken. Dit duidt erop dat er een oplosbare bacteriële factor aanwezig is die een concentratie afhankelijke respons teweegbrengt in het epitheelweefsel van de gastheer. Een andere theorie is dat er een dichtheidsafhankelijke verandering optreedt in het metabolisme van de bacterie die invloed heeft op de produktie van een signaalmolekuul (Huis in 't Veld et al., 1997).

Toediening van L. acidophilus zou een risicoverlagend effect kunnen hebben op Candida infecties in mensen met een verlaagde weerstand. Dit resultaat kwam uit een proef met 10 gezonde mensen die clindamycine slikten. 5 mensen van deze groep kregen L. acidophilus toegediend gedurende 7 dagen na de behandeling met clindamycine. Bij al deze 5 proefpersonen was er sprake van een significante toename van lactobacilli in de faeces.

Gedurende de behandeling met clindamycine, werd er C. albicans infectie vastgesteld bij vier personen van iedere groep. Bij de groep met L. acidophilus verdween Candida bij 3 van de 4 mensen, terwijl dat in de andere groep niet het geval was (Orrhage et al. in Hill, 1995).

Indien hitte geïnactiveerde L. acidophilus en L. casei na orale blootstelling aan C. albicans aan muizen wordt toegediend, heeft dat geen effect op de overleving van de muizen. Indien de muizen niet worden blootgesteld aan Candida, kan er wel een remmend effect waargenomen worden op het voorkomen van systemische candidiasis door endogene Candida spp. uit de darm. Er treedt een verlaging op van de hoeveelheid Candida spp. in het maagdarmkanaal. Dit kan komen doordat er immunostimulatie optreedt ofwel door het blokkeren van adhesieplaatsen van Candida (Wagner et al., 2000).

Een patiënt met chronische Candida infectie vermeldt dat L. rhamnosus GG een positief effect had op zijn vermoeidheid. Voorwaarde was wel, dat de bacterie in melk gekweekt was en niet als puur supplement ingenomen werd (Internet pagina 1).

Sommige probiotica hebben een remmend effect op Candida groei in het maagdarmkanaal. Dit correleert echter niet altijd met een reductie in de ernst van de ontstane Candida infectie (Wagner et al., 1997). L. acidophilus en B. animalis hebben een sterker remmend effect op Candida spp. dan L. casei en L. reuteri. Waarschijnlijk komt dat doordat de eersten anti Candida stoffen kunnen maken in vivo. Stimulatie van de gatheer afweer systemen is waarschijnlijk belangrijker dan inhibitie door bacteriën in het maagdarmkanaal. Deze L. casei en B. animalis zorgen ervoor dat er een ernstiger ontstekingsreactie optreedt in geïnfecteerde lichaamsdelen. Hierdoor gaat het lichaam de Candida spp. aanpakken. Geen van deze vier stammen gaf een volledige bescherming tegen oppervlakkige of systemische candidiasis of verwijderde Candida spp. volledig uit het maagdarmkanaal.

Inhibitie vindt plaats via de inhibitie van C. albicans groei, stimulatie van het immuunsysteem en wellicht door nutritionele en competitieve manieren (Wagner et al., 1997).

Tabel 2.3: Remmend effect van verschillende probiotica op infectie van de mucosa door Candida spp. (Wagner et al., 1997).

Microbiële status

Infectie van de mucosa (%)

C. albicans

100

C. albicans + L. acidophilus

87

C. albicans + L. reuteri

100

C. albicans + L. casei GG

93

C. albicans + B. animalis

100

Behandeling van gnotobiotische muizen met orale S. boulardii verminderde de proliferatie van systemisch toegediende C. albicans, waarschijnlijk door middel van immuunstimulatie (Elmer et al., 1996).

C. albicans wordt in vitro niet geremd door een substantie uit de filtraten van L. acidophilus, of door L. acidophilus zelf. Wel is L. acidophilus in staat C. albicans te remmen als er additioneel thiocyanaat gegeven wordt (Sieber en Dietz, 1998).

Er is aangetoond dat de orale inname van yoghurt met L. acidophilus het voorkomen van terugkerende vaginale Candida infecties vermindert (Wagner et al., 1997). Er zijn echter ook onderzoeken verricht waar dit effect niet zichtbaar was en een ongefermenteerd melkprodukt een beter remmend effect had op C. albicans in de vagina, dan de toegepaste gefermenteerde produkten. Er werd gesuggereerd dat de lactose uit de melk de aanwezige lactobacilli dusdanig stimuleerde, dat zij zelf de Candida infectie tegen konden gaan (Collins en Hardt, 1980).

Zoals hierboven duidelijk zichtbaar is, zijn er meerdere onderzoeken gedaan naar het effect van probiotica op Candida. Er zijn echter in elk onderzoek andere dingen uitgezocht, zodat de resultaten niet goed met elkaar vergeleken kunnen worden. Over het algemeen kan er niet eenduidig gesteld worden dat probiotica een remmend effect hebben op chronische Candida infecties. Er zijn wel aanwijzingen voor, maar er is zeker meer onderzoek nodig.

De literatuurlijst is op verzoek op te vragen via mail

 

http://www.voedsel.net/themas/candida.htm

 

Gewoon Genietend Gifvrij Gezond dieet en verzorging (G4dv) | Naturally, Happily, Healthily, Toxin Free Diet and Care (e4dc) | Index | Information on vaccinations on this website: | Information on cancer on this website | links | Wie ben ik? Who am I? | OOR4U Guilde | Voorwoord en Inleiding Geraffineerdesuikergevoeligheid, en contactgegevens Scentses | | Wat is geraffineerdesuikergevoeligheid en Waarom worden bij geraffineerdesuikergevoeligheid sommige suikers wel en andere niet verdragen? | Wat is suiker? Bouw van suikers/koolhydraten | Snelle en langzame suikers | Bloedsuikerspiegel en hormonen | Wat is het verschil tussen tot nu toe omschreven hypoglykemie en geraffineerdesuikergevoeligheid? | Het verschil tussen hypo's en hypers bij suikerziekte , bij hypoglykemie en die bij geraffineerdesuikergevoeligheid. Waarom blijft de adrenaline reactie aanhouden?Hoe is het mogelijk dat er zo snel na geraffineerdesuiker inname al een reactie plaat | Verschillende soorten hypoglykemie en andere hormoongebonden complicaties bij geraffineerde koolhydraten vertering/opname en bloedsuiker instandhouding Overeenkomsten en Verschillen tussen Geraffineerdesuikergevoeligheid en ADHD | Kunstmatige suikers | Geraffineerdesuikergevoeligheid in de praktijk | Gifvrij dieet en Gifvrije verzorging | Waarom is de informatievoorziening over E-nummers en plotselinge extreme humeurigheid na inname van geraffineerde suiker zo gebrekkig?Misinformatie en schijnonderzoeken over plotselinge extreme humeurigheid na inname van geraffineerde suikerInformatieve | Informatievervuiling: Onwetendheid, Slordigheid, of Opzettelijke Misleiding? | Conclusie | Bronverwijzingen | Bijlagen 1 t/m 7monosachariden, 2. Disachariden, 3 polyol, 4 producten met aspartaam, 5 Giftige E nummers in degelijk lijkende produkten, 6 Safety card Natronloog of te wel E524, toevoeging van sommige cacao merken!, 7 Soja, | Appendix 8 Sucralose | Bijlage 9 Vitaminen, Mineralen, Sporenelementen, Eiwitten, Vetten, Koolhydraten in Voedingsmiddelen, Kruiden | Bijlage 10 Toxic Ingredients You Should Avoid | Bijlage 11 Bijwerkingen Ritalin(Methylfenidraat) | Bijlage 12 Aspartaam, hoe een stof wat gaten in de hersens van muizen brandt veilig voor menselijke consumptie werd bevonden. | Bijlage 13 Hypoglycemia | Bijlage 14 Budwig | Bijlage 14a Geitenmelk: waarom het lichter verteerbaar is dan koemelk | Bijlage 15 E nummers | Bijlage 16 Cadeaus om te vermijden | Bijlage 17: Dieetmaatregelen tegen kanker | Bijlage 18 "Hoe tanden in elkaar zitten." | Bijlage 19 kankercellen uitroeien door suikers te vervangen door gezonde vetten | bijlage 20 meer over kankergenezing | bijlage 21 Zuurzak Soursop | Bijlage 22 Crisis en oplossingen: roggker=recht op gezondheid, geluk, kennis en rechtvaardigheid | Bijlage 23 Milieuschandalen (hier stond eerst de G4dv, die is verplaatst naar de beginpagina) | Bijlage 24 Het Echte Nieuws over gif in het milieu | Bijlage 24 a Hout | Bijlage 25 vooronderzoek dieet en verzorging | Bijlage 25 a.Vooronderzoek dieet en verzorging | Bijlage 25 b Vooronderzoek dieet en verzorging | Bijlage 25c Vooronderzoekdieet en verzorging | Bijlage 25 d vooronderzoek dieet en verzorging | Bijlage 25 e vooronderzoek dieet en verzorging | Bijlage 26 Vooronderzoek TVtandpasta | Bijlage 27 Voorbeelden van de denkfout in de Westerse Medische Wetenschap, waardoor ze steeds de plank misslaan als het aankomt op bepalen wat gezonde voeding is: Calcium en beta caroteen | Bijlage 28 Kruiden | Bijlage 29 Vitamines, Mineralen, eiwitten, vetten em koolhydraten | bijlage 31 Schema voedingsmiddelen:vitamines, mineralen, eiwitten, vetten en koolhydraten | Bijlage 32 Schema Bedenkelijke stoffen, E-nummers, toevoegingen, giffen | Bijlage 33 kankerbestrijding | bijlage 34 Het gevaar van pinda's | Bijlage 35 Proteïnen in yoghurt | Bijlage 36 Eten uit de natuur | Bijlage 37 Superfoods: a.Aloë Vera, b.Omega 3-6-9 olie, c.Kefir, d.Kombucha, e.Yoghurt, f.Cranberrysap,g. Gember, h.walnoten, i. zonnebloempitten, j. bosbessen, k.zeewier, l.wortelsap, m.ginkgobiloba,n. guldenroede, o.peu dárco, p. driekleurig | Bijlage 37 a. Aloe Vera | Bijlage 37.b. Omega 3 saus | Bijlage 37. c Zelf Kefir maken | Bijlage 38 The Problem with Wheat | Bijlage 39 Waarom Himalayazout? | Bijlage 40 Benefits of Goats milk over Cows milk | Bijlage 41 The problem with most vegetable oils and margarine | bijlage 42 for healthy bones calcium, vitamin D, vitamine k2, magnesium, trace elements | Bijlage 43 The dangers of acrylamide (carbohydrates baked above 210 degrees Celcius) | Bijlage 44 Gevaren van plastic, aluminium en andere verpakkingsmaterialen | bijlage 45 Dangers of Fishoil and better sources for omega 3 | bijlage 46 fruit tegen kanker (aardbeien, cranberries etc) | bijlage 47 Hoog tijd voor een nieuwe schijf van 5 | bijlage 48 Uitleg hoe inentingen autisme veroorzaken door glutamaat productie in de hersenen te stimuleren wat schadelijk is voor de hersenen en voor de hersen ontwikkeling | bijlage 49 Korte Geschiedenis van Monsanto, pagina van Dr Mercola± In Amerika vechten ze voor wat hier heel gewoon is±etiketten waar op staat wat er in voedsel zit. | Bijlage 50 Nep ADHD diagnoses | Bijlage 51 Vrouw vertelt over uitgelekt NASA document over oorlog tegen de mensheid | bijlage 52 Bij medicijn dat zogenaamd cholesterol verlaagd juist 52$ hogere kans op plak in de aderen rondom het hart/ 52@ higher chance of heart plaque when tajking certain cholesterol lowering medicines. | Bijlage 53 Welke oliën zijn veilig om te verhitten? | Bijlage 54 Dr Mercola over Genetisch Gemanipuleerd voedsel | bijlage 55 Dr Mercola: genetisch gemanipuleerd voedsel: ontworpen om insecten te doden, maar het maakt ook onze cellen kapot. | Bijlage 56 Dr Mercola Alzeheimer detectie methode, en g4dv ook preventief voor Alzheimer | Bijlage 57 Het einde van het antibiotisch tijdperk aangebroken door toenemend aantal antibiotica resistente bacteriën, Ook hierop is de g4dv een antwoord. | Bijlage 58 Vaccinaties gaan om geld, niet om ziektebestrijding | Bijlage 59 Artikel Dr. Mercola over kankerverwekkende zaken in persoonlijke verzorgings- en huishoud producten | Bijlage 60 Dr. Mercola: Pesticiden kunnen neurologische schade aanrichten, gebruik liever etherische olie voor huisdieren en plant liever goudsbloem in de tuin | Bijlage 61 5 miljoen chronisch zieken in Nederland, zorg VS ook waardeloos | Bijlage 62 Gevaar vaccinaties | Bijlage 63: Gevaren antibiotica in vlees (artikel va Dr. Mercola) | Bijlage 64: Gevaren Testosteron behandeling | Bijlage 65 transvetten zijn de boosdoeners, verzadigde vetten zijn juist goed! (Dr Mercola) | Bijlage 66: Hippocrates Health Institute | Bijlage 68:NVWA hoge boetes voor gezondheidsclaims | Bijlage 69: Voor een gezond hart heb je gezonde vetten nodig | Bijlage 70 Eieren moet je bewaren op kamer temeratuur, niet in de koelkast! | Bijlage 71: Gevaren van niet gefilterd water | Bijlage 67:Boetes voor het zeggen dat iets buiten de farmaceutische industrie gunstig voor de gezondheid is | Bijlage 72 Vitamine D bronnen | Bijlage 73 Chiazaad voedingsinformatie | Bijlage 74: Voordelen van gefermenteerd voedsel | Bijlage 75 9 voedingsmiddelen die je nooit moet eten | Bijlage 76 Top 10 artikelen van Dr. Mercola van 2013 | Bijlage 77: Dr Mercola: De beste wapens tegen griep. | bijlage 78 The secret of longevity | bijlage 79 Het Grote Vaccinatie Debat 15 december 2013 | Appendix 80 Lead Developer Of HPV Vaccines Comes Clean, Warns Parents & Young Girls It?s All A Giant Deadly Scam | Biijlage 81 How Grazing Cows Can Save the Planet, and Other Surprising Ways of Healing the Earth | Bijlage 82 De Verborgen Gevaren van Vaccinaties | Bijlage 83 CDC Admits as Many as 30 Million Americans Could be at Risk for Cancer Due to Polio Vaccine | Bijlage 84 We hebben 100 keer meer microben dan cellen in ons lichaam. De meeste helpen ons. Zullen we hun ook helpen? | Bijlage 85 Belang van licht en slaap | Bijlage 86 Artikel Dr Mercola over vergissingen in voeding die tot voedings tekorten leiden. | Bijlage 87 In Amerika beïnvloedt Junkfoodindustrie diëtistenopleidingen | bijlage 88 Dr Coldwell: Elke kanker kan in 2 tot 16 weken genezen worden | Bijlage 89: Want to Know over Tetanus | Appendix 90: Dr. Russel Blaylock | Bijlage 91 Wat zijn opvliegers? | Bijlage 92, Dr Mercola: One in 25 Patients End Up with Hospital-Acquired Infections, CDC Warns | Bijlage 93 Dr Mercola Toxic Combo of Roundup and Fertilizers Blamed for Tens of Thousands of Deaths | Bijlqge 94 New Studies Show Optimizing Vitamin D Levels May Double Chances of Surviving Breast Cancer, Lower LDL Cholesterol, and Helps Prevent Autism | Bijlage 95, Dr.Mercola: How Vitamin D Performance Testing Can Help Optimize Your Health | Bijlage 96: Be Wary About This Food - It Can Wreck Your Ability to Walk, Talk, and Think | Bijlage 97 Gevaren van Vaccinaties (Mercola) | Bijlage 98: Ouders moeten geïnformeerd worden over de gevaren van vaccineren om een goede keus te kunnen maken | Bijlag 99: Zonnebrandmiddelen gevaarlijker dan zon als het gaat om huidkanker | Bijlage 100 Ignoring This Inflammatory Early Warning Signal Could Cost Your Life | Bijlage 101 Mijd Giffen, Niet Voedingsmiddelen! | Bijlage 102 Mentale rust | Bijlage 103: Voordelen van Kurkuma | Bijlage 104: Dr Mercola article Kruid tegen kanker | Bijlage 105: Dr Mercola: Sun , vitamin D and vitamin B3 crucial for longevity | Bijlage 106 Cowspiracy film en kritiek | Bijlage 107 Artemesia een effectief anti-malaria kruid | Bijlage 108, Chemotherapie is gevaarlijk | Bijlage 109 Canola oil, what is it, and is it good or bad for people? | Bijlage 110 Are peanuts good or bad for you? | Bijlage 111 Halloween recipes | Bijlage 112 Vaccinatieschade | Bijlage 113 Immigrants seek herbal remedies | Bijlage 114 more_doctors_confessing_to_intentionally_diagnosing_healthy_people_with_cancer | Bijlage 115 Dangers of vaccinating pregnant women | Bijlage 116 Omega 3-6-9 mengsel | Bijlage 117 Waarom er geen koolzaadolie zit in het omega 3-6-9- mengsel van de g4dv | Bijlage 118 Vaccinaties | Bijlage 119 Judy Wilyman, PhD on amti vaccination | Bijlage 120 Wetenschappelijke argumenten die de Keshe scam blootleggen | Bijlage 121 ECEH bacterie | Bijlage 122 grains | Bijlage 123 Make your own chocolate | Bijlage 124 Vaccine Violence | Bijlage 125 Italian court rules mercury and aluminum in vaccines cause autism: US media continues total blackout of medical truth | Bijlage 126 Dr Mercola: Vaccines and Neurological Damage | Bijlage 127 Why many doctors do not vaccinate their own children | Appendix 128 2 centuries of officoial statistics show vaccines did not save us and These graphs show why many doctors don't vaccinate their own children and Vaccines: A Peek Underneath the Hood | Bijlage 129 Leaflet Infanrix | Bijlage 130 Vaccine Madness | Bijlage 131 Japanse slachtoffers vaccin baarmoederhalskanker slepen overheid en farmareuzen voor de rechter | Bijlage 132 Pregnancy, labour, delivery and child care | Appendix 133 healing diet for our canine friends | Bijlage 134 Flowchart edible or non-edible | Bijlage 135 Keeping children healthy naturally | Bijlage 136 Vaccines and the Amygdala | Bijlage 137 Revolving door between politics and big pharma explained | Bijlage 138 Ingredients Vaccines | Bijlage 139: Medisch scheikundige geeft drie redenen waarom hij zijn kinderen niet laat vaccineren | Bijlage 140 Ryan's story | Bijlage 141 NVKP lezingen dr Hans Moolenburgh | Bijlage 142 HPV vaccine | Bijlage 143 Fluoride | Bijlage 144 Baby dies three days after getting six vaccines | Bijlage 145 Interview Trouw met Dr Hans Moolenburgh | Bijlage 146 Jacob van Lennep | Bijlage 147 Flow chart "to believe or not to believe medical or nutritional advice" | Appendix 148 The case experts make against vaccines | Apendix 149 Dr Mercola article: Experts admit Zika threat fraud | Appendix 150 Sudden deaths among health advocates | Appendix 151 Thimerosal | appendix 152 Herd immunity? | Appendix 153 Formaldehyde in vaccines | Appendix 154 Why doctor's say "Do not take the flu shot!" | Bijlage 155 Vaccineren? Natuurlijk niet! En wel hierom: | Appendix 156 Vaccine makers bypass WHO regulations | Bijlage 157 Het probleem van overbehandeling bij borstkanker | Bijlage 158 Chemotherapie vermoordt u | Bijlage 159 Borstbesparende operatie beter dan amputatie voor overlevingskansen bij borstkanker | Appendix 160 Vaccine induced bone fractures | Bijlage 161 hulpstoffen in Vaccins toegegeven door CDC | Appendix 162 meningitis: symptoms, how to prevent, how to treat | Appendix 163 Training of nutrtionists often shady | Appendix 164 Molecular Biochemist Dr.Lucija Tomljenovic, PhD, explains why vaccines not only don't work, but are extremely harmful and can be lethal as well | Appendix 165 CDC knew about MMR vaccine autism link as early as 1999, but covered it up | Appendix 166 Scientists at the vaccine safety debate January 2011 | Appendix 167 Vaccinated children 5 times more likely to contract auto immune diseases | Appendix 168 Before and after vaccine: this is what mass brain destruction looks like | Appendix 169 Hepatitis B vaccine | Appendix 170 Countries where vaccines are not mandatory and the nazi roots of vaccines and drugcompanies | Appendix 171 The dangers of soybean oil | Appendix 172 Vaccines do not protect against Measles | Appendix 173 HPV vaccine | Appendix 174 Hoogleraar Peter Gøtzsche en anderen over corruptie in de farmaceutische industrie | Appendix 175 Dr Arlan Cage | Appendix 176 How vaccines damage your immune system | Appendix 177 Vaccines are not tested properly | Appendix 178 Documentaries exposing pharma fraud | Appendix 179 Dr Suzanne Humphries | Appendix 180 Dr Russel Blaylock: Vaccinations can kill you or ruin your life | Appendix 181 Doctors who clearly explain why vaccines are neither safe nor effective | Appendix 182 Dr Sherri Tenpenny | Appendix 183 Alan Phillips attorney Vaccine Rights | Appendix 184 Dr Rebecca Carley | Appendix 185 Vaccines bargain basement of the medical industry, says Maurice Hilleman (who developed 36 vaccins) admits AIDS and Cancer causing virusses were added to vaccines | Appendix 186 Many independent studies show vaccine dangers, Damages paid by pharmaceutical companies for vaccine damahge | Appendix 187 The truth behind Vaccinations | Appendix 188: Guess what happened to Nazi war criminals responsible for the genoside of millions: After aquittal or a short prison sentence they went back to being CEO's for big Pharma! | Appendix 189: Mercola: What?s the Right Dose of Exercise for a Longer Life? | Appendix 190 What happened to Dr Mercola? | Bijlage 191: hoofd RIVM zegt Kindervaccinaties veroorzaken hersenvliesontsteking | Appendix 192: Use up stock even though proven unsafe or use cheaper less safe vaccines | Appendix 193: WHO report reveals: Vaccines are made in China without safety control | Appendix194: Vaccine Court has paid 3.7 billion in damages to families | Appendix 195: Autism in California skyrocketed since mandatory vaccination | Appendix 196: MMR Vaccine Causes Seizures in 5,700 U.S. Children Annually | Appendix 197 The history of vaccines | Appendix 198: Studies show unvaccinated children are much helthier than vaccinated ones | Appendix 199: The vaccine-shaken baby syndrom link | Appendix 200: vaccines cause SIDS | Appendix 201: The Dangers Of Vaccines and Vaccination | Appendix 202: Vaccines and the peanut allergy epidemic | Appendix 203: The neurotoxicity of vaccines | Appendix 204: Statistics | Appendix 205:Nervous System | Appendix 206: 6 reasons to say NO to vaccination | Appendix 207: Celebrity anti vaxxers | Appendix 208 Dr John Bergman | Appendix 209 Measles: natural prevention and remedies | Appendix 210: Hepatitis B prevention and treatment | Appendix 211: Dr Shiv Chopra. PhD Microbiologist, vaccine expert | Appendix 212: Thimerosal breaks down into ethyl mercury in the body, and is 50 times more toxic than the methyl mercury found in fish | Appendix 213 Dr Dale Brown | Appendix 214 Vaccines cause autism | Appendix 215 Statistics infant mortality per country | Appendix 216: How to lower glutamate levels in the brain | Appendix 217 David Getoff | Appendix 218 Measles hypes versus facts | Appendix 219: Natural Bug and flea repellents | Appendix 220 Huisarts Hans van der Linde: Het Pillenbedrog | Bijlage 221 Voetmassagekaart | Bijlage 222 Zelf oliën maken | Appendix 223 Life expectancy Statistics | Appendix 224 Medical Mistakes

Laatste wijziging op: 01-03-2019 14:59